REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

donderdag 23 januari 2020

Maandzang januari


Een maandzang is, lijkt mij, een fenomeen
dat wonderbaarlijk is, als je bedenkt
dat het geen enkel nut heeft dan alleen
de kans die het de Kamer maandelijks schenkt
zich te verpozen met een ritueel
dat zich vermomt als was het een traditie
al bij de rederijkers ooit gezien.
Nou, in dat opzicht is het nog niet veel,
in tegenstelling tot wat werd beweerd,
want het bestaat nog maar een jaar of tien,
qua leeftijd dus nog maar een ietsepietsie.
De maandzang werd door Bauke gelanceerd;
herhaald gebruik gaf zo’n gedicht cachet
en daarom werd het steeds geagendeerd.

Dit relativeert, maar laat toch onverlet
dat dit gebruik misschien wel iets meer biedt
dan in het wilde weg wat declameren.
Mijn hoop is dat de Kamer dit ook ziet.
En als de factor voor zichzelf wat mag beweren:
dat hij een maandzang dient te construeren,
betekent dat hij met de pen steeds bij mag leren
in plaats van flauwekul te fabuleren.
Zo leert de factor nieuw terrein te kennen
door elke maand opnieuw te pennen.
Maar nooit mag hij het echte doel miskennen,
want schrijven moet hij immer in de geest
die de gezellen van de Kamer drijft.
Geen maandzang is het die de factor leest,
als die zich niet tot de gezellen wendt,
als niet iets Kamer-lijks erin beklijft
en rond de tafel in de harten blijft.

De rederijkerskamer blijft bestaan
zolang ieder van ons de droom erkent
die ons steeds naar de oude zaal doet gaan.


factor Herman

"Wie schrijft, schrijv’ in den geest van deze zee." (Marsman)



vrijdag 22 november 2019

Maandzang november


De schemer zakt over het stille hof,
in kamers gaan de lampen langzaam aan.
Achter de muren dreunt de stad nog dof,
terwijl wij fietsend langs de hegjes gaan,
die van reeds lang verloren dagen dromen;
dan langs de kerk aankomend bij de zaal
waar wij vandaag weer samen zijn gekomen
om met ons oud, gezamenlijk verhaal
verder te gaan, nog lang niet uitverteld.

Wij voelen de historie om ons leven,
niet die van jaartal, heer en held,
maar de geschiedenis van hen die streven
naar samenhang door middel van het woord.
Verhalen groeien tot een groots verband
en worden door wie wil nu nog gehoord.
Vanuit de eerste Kamers in ons land
wist men het woord al spelend vorm te geven,
het woord werd beeld vol pracht en praal.
Wij echter houden het op onze zaal,
meer ingetogen is bij ons de taal,
ons groepje is meer van het binnenleven.
Moderniteit maakt dit paradoxaal:
communicatie is nu mondiaal.
Wij blijven echter onze aandacht geven
aan wat om concentratie vraagt,
en soms door jacht, versnippering wordt belaagd,
door anderen wordt gezien als veel te traag,
maar essentieel blijft voor ‘t bestaan vandaag:
het woord dat cirkelt om de kern der zaak,
dat samenbrengt in ernst en in vermaak.
Plezier is hoofdzaak en ons spel is taal.
‘t Verleden wordt bij ons zomaar het heden.
Vandaag bevinden wij ons allemaal
in oude straten die wij nu betreden
om deel te worden van een team van toen:
het spel dat wij vandaag gaan doen.







woensdag 16 oktober 2019

Maandzang met stijlbreuk



De zaal waarin we met elkaar verkeren
heeft altijd nog de tijd kunnen trotseren,
en - zo kun je desnoods stipuleren -
ook ons, die hier nu vrolijk redeneren
en steeds iets moois weten te destilleren
uit oude teksten die we reciteren,
waarna we smakelijk de pot verteren.
En ook al waarschuwt Brero "t kan verkeren",
en kunnen wij een wijze les waarderen,
we denken bij ons zelf: "Ach, krijg de klere",
ooit komt de tijd dat wij naar binnen keren,
nu blijven wij met woord na woord jongleren,
bereid om wat ons boeit te etaleren,
al wat de school des tijds ons heeft doen leren,
zonder lacunes nog te camoufleren.
Nog lang hopen we zo bijeen te komen,
we rederijken immers met plezier
en graag ontmoeten wij elkander hier,
elk met zijn eigen ding, zijn dromen.
En ongetwijfeld heeft u al vernomen,
of al de afgelopen tijd gemerkt,
dat er een metgezel is bijgekomen,
zodat ons kleine aantal wordt versterkt.

Vanavond heten wij welkom, vreugdevol,
als lid van de Kamer: Leonie van de Pol!