REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

dinsdag 15 september 2026

Maandzang september 2026. Over rollen

 Een zitting van de Kamer is een soort van ritueel.

Elke gezel neemt er op eigen wijs aan deel,

al zal niemand zich op een vaste rol fixeren:

het Turfschip weet een eigen inbreng te waarderen.

Maar als de wereld wordt gezien als speeltoneel,

valt op zo’n zitting een heel ander licht,

speelt elk een rol in het kader van een groot geheel,

ieders inbreng op een voorgeschreven doel gericht,

een scenario dat je van stap tot stap verplicht,

alsof je schaakt met voorgeschreven zetten.

Als door met lijntjes voortbewogen marionetten.

Planeten, cirkelend op grond van vaste wetten.

Een rederijker wordt daarmee een avatar,

een zitting wordt met deze beeldspraak iets bizars.

Of brengt het spelen van een rol ons juist tot meer

en leidt het ons naar rederijkerskamers van weleer,

toen kamers streefden naar volmaakt toneel,

met virtuoze drama’s pronkten op het landjuweel?

Of blijf je daarmee hangen in voorbije tijden?

Om elke vorm van nostalgie nu te vermijden

kiest deze maandzang voor een andersoortig blikveld.

Ruim tweeduizend jaar geleden

had men meer inzicht dan wij heden.

De spelers droegen maskers en het toenmalige publiek

wist dan wie een vrouw was, wie een slaaf en wie een held.

Zo ging het in de antieke Griekse dramatiek.

In grote lijnen zal het toen als volgt zijn gegaan:

na afloop werden al die maskers afgedaan,

een acteur verkreeg weer zijn persoonlijkheid.

Dit echoot steeds nog na in de moderne tijd.

Wij zijn onszelf en toch, de buitenkant

toont telkens weer een andere persoon,

je vindt jezelf steeds uit, langzamerhand

vervaagt de grens tussen het zelf en wat zich toont.

Of laten we ons eigen ik niet graag verraden,

is het sociaal bestaan één grote maskerade,

voelen we ons zonder masker al te bloot?

Ach, zie maar hoe het gaat in de natuur,

de levenskans van onbeschermde wezens is niet groot.

Je diepste ik, gesteld dat zoiets echt bestaat,

is iets wat je niet aan elk ander merken laat.

Je loopt toch ook niet ongekleed op straat?

Een beetje masker kan m.i. echt geen kwaad

en daarbij hoort ook nog het spelen van een rol.

In officiële kringen leidt dat tot een protocol,

maar rederijkers, zij ontberen heilig moeten.

De Kamer is er om elkander te ontmoeten.

We kiezen losjes voor een vast patroon,

omdat we zo van taal een feestje kunnen maken.

Daarbinnen gelden echter alle smaken

en doen we het liefste heel gewoon.

Dit is de houding die dit gedicht wil waarderen.

Het ritueel blijft in ere maar licht te verteren.

Factor dezes hoopt dat allen dit beamen

en wenst u een mooie avond tezamen.

 

Factor Herman