Elke gezel neemt er op eigen wijs aan deel,
al zal niemand zich op een vaste rol
fixeren:
het Turfschip weet een eigen inbreng te
waarderen.
Maar als de wereld wordt gezien als
speeltoneel,
valt op zo’n zitting een heel ander licht,
speelt elk een rol in het kader van een
groot geheel,
ieders inbreng op een voorgeschreven doel
gericht,
een scenario dat je van stap tot stap
verplicht,
alsof je schaakt met voorgeschreven zetten.
Als door met lijntjes voortbewogen
marionetten.
Planeten, cirkelend op grond van vaste wetten.
Een rederijker wordt daarmee een avatar,
een zitting wordt met deze beeldspraak iets
bizars.
Of brengt het spelen van een rol ons juist
tot meer
en leidt het ons naar rederijkerskamers van
weleer,
toen kamers streefden naar volmaakt toneel,
met virtuoze drama’s pronkten op het
landjuweel?
Of blijf je daarmee hangen in voorbije
tijden?
Om elke vorm van nostalgie nu te vermijden
kiest deze maandzang voor een andersoortig
blikveld.
Ruim tweeduizend jaar geleden
had men meer inzicht dan wij heden.
De spelers droegen maskers en het
toenmalige publiek
wist dan wie een vrouw was, wie een slaaf
en wie een held.
Zo ging het in de antieke Griekse
dramatiek.
In grote lijnen zal het toen als volgt zijn
gegaan:
na afloop werden al die maskers afgedaan,
een acteur verkreeg weer zijn
persoonlijkheid.
Dit echoot steeds nog na in de moderne
tijd.
Wij zijn onszelf en toch, de buitenkant
toont telkens weer een andere persoon,
je vindt jezelf steeds uit, langzamerhand
vervaagt de grens tussen het zelf en wat
zich toont.
Of laten we ons eigen ik niet graag
verraden,
is het sociaal bestaan één grote maskerade,
voelen we ons zonder masker al te bloot?
Ach, zie maar hoe het gaat in de natuur,
de levenskans van onbeschermde wezens is
niet groot.
Je diepste ik, gesteld dat zoiets echt
bestaat,
is iets wat je niet aan elk ander merken
laat.
Je loopt toch ook niet ongekleed op straat?
Een beetje masker kan m.i. echt geen kwaad
en daarbij hoort ook nog het spelen van een
rol.
In officiële kringen leidt dat tot een
protocol,
maar rederijkers, zij ontberen heilig
moeten.
De Kamer is er om elkander te ontmoeten.
We kiezen losjes voor een vast patroon,
omdat we zo van taal een feestje kunnen
maken.
Daarbinnen gelden echter alle smaken
en doen we het liefste heel gewoon.
Dit is de houding die dit gedicht wil
waarderen.
Het ritueel blijft in ere maar licht te
verteren.
Factor dezes hoopt dat allen dit beamen
en wenst u een mooie avond tezamen.
Factor Herman