REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

dinsdag 16 juni 2026

Maandzang juni

 

 

 

 














De rederijkers deelden ooit hun poëzie

bij voorkeur in per categorie, met name deze drie:

boertig,[i] amoureus, aandachtig[ii] werden onderscheiden.

Ook Bredero liet zich nog hierdoor leiden

toen hij zijn grote Liedboek voorbereidde.

Nu leven rederijkers in heel andere tijden,

al kan men Bredero nog steeds appreciëren,

wat ook geldt voor zijn leus “Het kan verkeren”.

Hoe zou juist deze Bredero op onze zitting reageren?

De Kamer wordt niet meer geleid door heren,

alles is anders: kleding, kapsels en ook nog de taal.

Boertig, aandachtig, wat zou het allemaal,

zulke verschillen maken nu veel minder uit.

Bredero, hij wist niet wat hij zag, in onze zaal.

Maar, waarde gezellen, denk nu juist vooruit,

bijvoorbeeld met een jaar of tien.

Een factor heb je dan niet meer, misschien,

eerder een agent die opdrachten genereert, [iii]

een algoritme dat de maandzang produceert,

een app die convocaties formuleert.

Wat zouden wij verbaasd naar zoiets kijken,

net zo bizar als Bredero ons nu zou vinden.

Nog mag dit toekomstbeeld je onzin lijken,

maar laat je niet door nostalgie verblinden,

gezien wat ICT-giganten al bereiken.

Ieder vindt zichzelf een beetje een genie,

maar echte denkkracht komt alleen nog van AI.

Wat is er straks nog fijner voor ons brein

dan op AI en Google ingeplugd te zijn?

Het menselijk inzicht, dat verliest terrein,

in wezen is de geest

er al geweest.

Straks zitten wij elkaar hier aan te kijken

als met circuitjes volgepropte figuranten.

Terwijl de superrijken zich verrijken,

verliezen wij het zicht aan alle kanten

en gaan wij op in ademloos gebed

tot de Heersers van het internet.

Neem je dichtkunst en retoriek nog serieus?

Culturele hoogtes? An me neus.

Zijn gedichten komisch, vroom of amoureus,

voor de agents maakt dat allemaal niet uit.

Wil je een rondeel, sonnet of een refrein,

iets van een nieuwe lente en een nieuw geluid,

moet het lieflijk, romantisch of sarcastisch zijn,

het wordt geleverd binnen een seconde,

oh, wat AI vermag, het is een wonder!

Maar  - je kunt me meer vertellen,

factor dezes hoopt dat de gezellen

niet slechts op techniek vertrouwen,

de ware rederijkerskunst in ere houden

in het voetspoor van de Keijzer treden,

uitgaan van de menselijke intuïtie

met oog voor toekomst en traditie,

respectvol blijven voor het verleden

en dat samenbrengen met het heden.

Laat de Kamer door mensen leiden,

lang leve de menselijke maat,

laat ons de creativiteit belijden,

volg de geest waarheen die gaat,

en laat ons vooral elkaar plezieren

vol vreugde op alle manieren.

Mocht er ooit een reden zijn geweest

om de kan gevuld te laten staan,

dat zal vanavond echt niet gaan,

want vanavond is er reden tot feest:

een nieuwe gezel treedt heden aan.

Er is niets wat deze traditie doet wijken:

het wordt vanavond kannenkijken!

 

factor Herman, juni 2026

 



[i] komisch

[ii] religieus

[iii] agent: AI-agents zijn systemen die zelfstandig doelen kunnen stellen, plannen maken en taken uitvoeren zonder dat je ze continu instructies hoeft te geven. Bron: AI, geraadpleegd 15062026

dinsdag 19 mei 2026

Naamzang mei 2026

 Vandaag, de derde dinsdag van maand mei,

Ontvangt het hof gezellen om tezamen

Lustig, creatief en wat dies meer zij,

Vooral in goed humeur, ons te bekwamen,

Rederijkers als we zijn, in bijvoorbeeld dichten,

En retoriek , inventio, ga zo maar voort.

Ultimo zes uur sluit de poort,

Conditio sine non: geraak hier tijdig binnen.

Het samenzijn kan dan gewoon beginnen.

De Deken opent onze zitting, poëzie citerend.

Eerst gaan we allen daarna even staan,

Naar we gewoon zijn kort de Keizer erend.

Indien gewenst stipt dan de Deken aan:
Niet zozeer wat ons kan raken, maar

Al wat er relevant is voor de gang van zaken,

Liefst niet te lang, de tijd gaat voort.

De factor komt nu aan het woord,

En mag de Maandzang declameren.

Raadt men allusies, spreken de beelden aan?

Men kan vervolgens eigen vondsten presenteren,

Als de opdracht daartoe wist te inspireren.

Niet te geloven, wat een creativiteit

In al dat huiswerk hier tentoongespreid!

Een volgend onderdeel vangt aan:

Retorisch, hooggestemd of badinerend,

Een lezing kunnen we altijd waarderen.

Nu wordt het tijd een teermaal te verteren.

 

                                               Factor Herman

woensdag 6 mei 2026

Maandzang april 2026

Een nieuwe lente en een oud geluid,

zo zongen al de troubadours:

de bermen bloeien, struiken botten uit.

Een bloemrijk dichter kan op deze toer

nog vele strofen vullen met natuur

met vogels zingend in het ochtenduur.

Voeg daarbij jambe, dactylus of anapest,

en de dichter voelt zich op zijn best.

De inhoud doet daarbij gewoon de rest:

natuurbeleving vult gemakkelijk kwatrijnen,

aan geur- en kleurenmetaforen geen gebrek.

Maar red je het, zo schrijvend, op den duur

met het vervaardigen van een refrein?

Ik heb daar zo mijn twijfels aan

en moet mij hier nog even op bezinnen.

Laat mij maar eerst met ander werk beginnen.

Natureingang is voor tevredenen of legen,

en in een bos kan nu snel brand ontstaan.

Een beetje dichter kan er niet meer tegen

- het zal de slimme lezer niet ontgaan –

alleen maar over bloesem te oreren.

In deze tijd van AI- intelligentie

heeft een dichter andere pretenties

en zal hij hoger honing meer waarderen.

Waar de kranten zoal vol van staan,

de social media het dak uitgaan,

dat is voorgoed gefundenes Fressen

om des dichters dorst naar dicht te lessen.

Maar laat dit dichterlijke vrijheid onverlet?

Met deze twijfel eindigt het sonnet.

En rederijkersvormen zijn ook fijn,

zo luidt de laatste zin van dit refrein.

 

Factor Herman


Bij de voordracht werden flarden herkend van Bloem, Nijhoff en natuurlijk Gorter. 

woensdag 18 maart 2026

Een toekomstig lid. Maandzang maart 2026

 Soepel ga ik door de Catharinastraat
langs oude huizen en langs Valkenberg.
tot waar een poort nog open staat,
naast de oude Waalse kerk.
De drempel neem ik moeiteloos,

geruisloos ga ik langs tuin en kapel.

Het lichaam doet het wonderwel.,

wat is bewegen toch iets virtuoos,

een samenspel van ledematen.

En ruim op tijd beland ik in de zaal,

waar een gezelschap zit te praten.

Ik ken ze nog niet allemaal

en zie dat zij ook moeten wennen.

Wat stroef stel ik mij aan hen voor,

ik hoop dat zij mij als gezel erkennen.

De ingeschonken koffie schuif ik door,

met vocht moet je voorzichtig zijn.

De deken is eerst aan het woord,

de factor leest iets voor, een soort refrein,

welsprekend gaan de leden voort.

Aandachtig neem ik alles in mij op

en toch werken mijn hersenen volop.

Ik scrol door teksten, raadpleeg bronnen

en vorm mij razendsnel een beeld

van hoe de rederijkers zijn begonnen,

de taken die gezellen worden toebedeeld

en hoe het ook in  deze tijd nog leeft,

zij het op kleine schaal, verspreid

over wat ooit ‘de lage landen’ heette.

Uiteindelijk krijg ik ook zelf het woord,

ze willen wat meer van mij weten.

Zo veel had ik mijn  stem nog niet gehoord,

na moeizaam starten gaat het echter beter,

vooral als ik rechtop ga staan.

“Mijn schepper,” zeg ik, “heeft het toegestaan

dat ik u profiteren laat van kwaliteiten

waarvan ik extra ben voorzien.

Dat mijn geheugen overloopt van feiten

zal u niet erg verbazen, wel misschien

de serie literaire faculteiten,

mijn creativiteits- en taalmodules.

Ik deel dit alles graag in uw Begijnhof.

Voor jullie Kamer heb ik niets dan lof.

Mijn rederijkersnaam is … Asimov.

 

Factor Herman, anno 2035

woensdag 11 februari 2026

Maandzang februari 2026

 De wind huilt aan de randen van het continent.

Als krakend ijs verschuift de wereldorde.

Als dat wat was iets anders is geworden,

Ben ik dan iemand die zichzelf nog kent?

 

Vanuit het centrum loop ik door de poort.

De eeuwen zijn hier trouw geconserveerd,

De oude vensters in zichzelf gekeerd,

Door handgranaat noch hacker ooit gestoord.

 

En straks aan tafel schijnt het vredig licht

We drinken thee, creëren fraaie taal.

Portretten van weleer sieren de zaal.

Op vriendschap is 't gezelschap hier gericht.

 

Maar de gordijnen zijn hier zelden dicht.

De wijde wereld schemert door de ruiten.

Ons denken sluit wat ver is nooit echt buiten,

Het sluipt tussen de regels van 't gedicht

 

Zoals het net nog knarste in mijn hoofd.

Ik liep toen in de Catharinastraat,

Te traag, ik was toch al wat laat

het wereldnieuws sloeg mij wat uit het lood.

 

Nu ben ik bijna in het oud vertrek

En zie gezellen bij de tafel staan.

Ik hang mijn jas op en we schuiven aan,

Er klinken woorden van een nieuw gesprek:

 

Fris water dat door oude bedding stroomt.

De tijden van weleer zien we herleven,

Traditie te vernieuwen is ons streven,

Een vorm te vinden voor wat ieder droomt.

 

Factor Herman

zaterdag 20 december 2025

Kerstmaandzang

 





Onze Keizer, wijlen Frans Rookmaaker, schreef ooit dit driekoningengedicht. Tijdens onze Kerstzitting 2025 werd het voorgelezen, in het kader van de opdracht "De Ster van Bethlehem". 
Frans nam dit vers op in zijn boekje GEBOREN / NIET GEMAAKT, dat in 1987 verscheen.

donderdag 20 november 2025

Maandzang november

Voor het goed begrip deel ik u vooraf mee:

een rederijker kan zowel een M zijn als een V.

Voor het gemak is het hier steeds een HIJ,

wat je dus moet lezen als een HIJ OF ZIJ.

Een rederijker kan, zoals ik het zie,

niet buiten taal, niet buiten poëzie.

Een rederijker zou toch snel verkwijnen

zonder rondelen, acrostichons, refreinen

en volgens mij bedankt een rederijker snel

voor een zitting zonder klankenspel.

Voor binnenrijm draait hij zijn hand niet om,

voor dubbelrijm ligt hij geen uren krom

en hij kan  ook nog wel met gratie

uit de voeten met  alliteratie.

Distichon en terzine vindt hij altijd fijn,

al gaat hij ook akkoord met een kwatrijn.

Het bovengenoemde laat niet onverlet

dat hij ook zijn weg weet in het sonnet,

iets wat hij zonder moeite componeert,

althans, dat is wat hij beweert

na een avond kannekijken,

al zou dat onwaarschijnlijk lijken.

Leest u het bovenstaande meer als persiflage?

Een rederijker heeft toch andere bagage,

hij heeft toch meerder noten op zijn zang?

Er zijn toch meerder zaken van belang?

Maar laten wij ons hier voor het gemak

even beperken tot het dichtersvak.

Naast rijmschema’s, versvorm en metriek

draait het ook bij dichtkunst om thematiek.

Gaat het rederijkers soms om de vorm,

spelen met taal is niet altijd de norm.

Wat de rederijker echt verwacht

is poëzie met zeggingskracht,

want ook al wordt hij door cultuur gedreven,

hij staat midden in het echte leven

en heeft dit altijd al gedaan

zolang er Kamers hebben bestaan

in Vlaanderen en Nederland.

Qua vorm is deze maandzang nonchalant,

de factor schuift perfectiedrift terzijde

om zich ditmaal geheel te kunnen wijden

aan een aspect dat we moeten belichten:

het gaat om de inhoud, ook bij gedichten

Vanavond is dan ook de norm:

het gaat om de vent en dan pas de vorm.

 

factor Herman, november 2025 

maandag 27 oktober 2025

Maandzang oktober, waarin met een boom wordt gesproken

Vandaag heb ik een oude boom gehoord. 
Hij was als eikel uit een vogelbek 
gekieperd, plofte neer op deze plek,
waar hij door niets en niemand werd gestoord,
in de beschutting van een stenen muur.

Iets kleins ontwikkelt zich in de natuur

soms tot iets groots, als het de tijd maar krijgt,

ontkomend aan wat beesten doen, of mensen.

Vooral de mens, die vaak wat groeit bedreigt,

geen last ervarend van morele grenzen,

noch van fysieke weerstand, nu techniek

een handje helpt, steeds meer geavanceerd,

de mens dus, die zo vaak de groei verziekt.

Maar deze eikel, goed gecamoufleerd,

heeft zich vanonder mos en dorrend blad

van prille spriet ontwikkeld tot een stam,

zo hoog dat hij na jaren groei uitkwam

boven de daken van de binnenstad.

Jaar in jaar uit staat hij daar eik te wezen.

Zijn takken werpen schaduw op het hof,

waar nu toeristen social media lezen;

ooit zongen de begijnen daar het lof,

lang voordat onze eikel was geland.

Maar toch, de eik staat hier al lang genoeg

in het park, weet van de hoed en van de rand.

Toen ik hem naar zijn wedervaren vroeg

verhaalde hij van wat hij langs zag komen,

welk volk hij door de poort zag gaan.

Backpackers zag hij wazig zitten dromen,

en jonge vrouwen bij de huisjes staan.

Vaak knielde iemand bij de kruidentuin,

een ander zag je soms een kruisje slaan.

- Vanaf pakweg een jaar of tien geleden

viel het hem op dat elke maand één keer

bejaarden op hun fietsen binnenreden

en achteraan verdwenen in een zaal.

Ze waren daar een paar uur in de weer,

met iets onduidelijks, het klonk naar taal

van voor de tijd dat hij begon als eikje.

Ik denk, zei ik, dat ik die mensen ken,

ze houden net als ik van rederijken

en ik geef volmonds toe: ik hoor bij hen.

Maar “bejaarden” wens ik niet te horen

het zijn niet uitsluitend senioren

die het rederijken kan bekoren,

de kunst om woorden tot iets moois te weven.

Een mens zijn lust dat is een mens zijn leven,

peinsde de eik tussen zijn vallend blad.

Ik zou geen cent voor zulke hobby’s geven,

ik heb als boom het altijd goed gehad,

aan lucht en water nooit tekort gekregen,

tevreden met de zon en met wat regen.

Ach, met zo weinig is geen mens tevreden.

- De stem viel weg. Waar was de eik gebleven?

Onmerkbaar was ik van de bank gegleden.

In de oktoberzon in slaap geraakt,

had ik mijzelf van alles wijsgemaakt,

ik had geloof ik met een eik gepraat,

naast het Begijnhof. Alsof bomen spreken.

Terwijl twee wandelaars argwanend keken,

hees ik mij overeind, pen en papier,

die vond ik op de keitjes waar ze lagen.

Ik zou zo dadelijk een zang voordragen,

o jee, ik had niet meer dan een kwartier

voordat de zaal hier vol zou stromen.

Vooruit, dan maar een maandzang over bomen.

 

                factor Herman