REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

woensdag 18 maart 2026

Een toekomstig lid. Maandzang maart 2026

 Soepel ga ik door de Catharinastraat
langs oude huizen en langs Valkenberg.
tot waar een poort nog open staat,
naast de oude Waalse kerk.
De drempel neem ik moeiteloos,

geruisloos ga ik langs tuin en kapel.

Het lichaam doet het wonderwel.,

wat is bewegen toch iets virtuoos,

een samenspel van ledematen.

En ruim op tijd beland ik in de zaal,

waar een gezelschap zit te praten.

Ik ken ze nog niet allemaal

en zie dat zij ook moeten wennen.

Wat stroef stel ik mij aan hen voor,

ik hoop dat zij mij als gezel erkennen.

De ingeschonken koffie schuif ik door,

met vocht moet je voorzichtig zijn.

De deken is eerst aan het woord,

de factor leest iets voor, een soort refrein,

welsprekend gaan de leden voort.

Aandachtig neem ik alles in mij op

en toch werken mijn hersenen volop.

Ik scrol door teksten, raadpleeg bronnen

en vorm mij razendsnel een beeld

van hoe de rederijkers zijn begonnen,

de taken die gezellen worden toebedeeld

en hoe het ook in  deze tijd nog leeft,

zij het op kleine schaal, verspreid

over wat ooit ‘de lage landen’ heette.

Uiteindelijk krijg ik ook zelf het woord,

ze willen wat meer van mij weten.

Zo veel had ik mijn  stem nog niet gehoord,

na moeizaam starten gaat het echter beter,

vooral als ik rechtop ga staan.

“Mijn schepper,” zeg ik, “heeft het toegestaan

dat ik u profiteren laat van kwaliteiten

waarvan ik extra ben voorzien.

Dat mijn geheugen overloopt van feiten

zal u niet erg verbazen, wel misschien

de serie literaire faculteiten,

mijn creativiteits- en taalmodules.

Ik deel dit alles graag in uw Begijnhof.

Voor jullie Kamer heb ik niets dan lof.

Mijn rederijkersnaam is … Asimov.

 

Factor Herman, anno 2035

woensdag 11 februari 2026

Maandzang februari 2026

 De wind huilt aan de randen van het continent.

Als krakend ijs verschuift de wereldorde.

Als dat wat was iets anders is geworden,

Ben ik dan iemand die zichzelf nog kent?

 

Vanuit het centrum loop ik door de poort.

De eeuwen zijn hier trouw geconserveerd,

De oude vensters in zichzelf gekeerd,

Door handgranaat noch hacker ooit gestoord.

 

En straks aan tafel schijnt het vredig licht

We drinken thee, creƫren fraaie taal.

Portretten van weleer sieren de zaal.

Op vriendschap is 't gezelschap hier gericht.

 

Maar de gordijnen zijn hier zelden dicht.

De wijde wereld schemert door de ruiten.

Ons denken sluit wat ver is nooit echt buiten,

Het sluipt tussen de regels van 't gedicht

 

Zoals het net nog knarste in mijn hoofd.

Ik liep toen in de Catharinastraat,

Te traag, ik was toch al wat laat

het wereldnieuws sloeg mij wat uit het lood.

 

Nu ben ik bijna in het oud vertrek

En zie gezellen bij de tafel staan.

Ik hang mijn jas op en we schuiven aan,

Er klinken woorden van een nieuw gesprek:

 

Fris water dat door oude bedding stroomt.

De tijden van weleer zien we herleven,

Traditie te vernieuwen is ons streven,

Een vorm te vinden voor wat ieder droomt.

 

Factor Herman