REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

dinsdag 19 mei 2026

Naamzang mei 2026

 Vandaag, de derde dinsdag van maand mei,

Ontvangt het hof gezellen om tezamen

Lustig, creatief en wat dies meer zij,

Vooral in goed humeur, ons te bekwamen,

Rederijkers als we zijn, in bijvoorbeeld dichten,

En retoriek , inventio, ga zo maar voort.

Ultimo zes uur sluit de poort,

Conditio sine non: geraak hier tijdig binnen.

Het samenzijn kan dan gewoon beginnen.

De Deken opent onze zitting, poëzie citerend.

Eerst gaan we allen daarna even staan,

Naar we gewoon zijn kort de Keizer erend.

Indien gewenst stipt dan de Deken aan:
Niet zozeer wat ons kan raken, maar

Al wat er relevant is voor de gang van zaken,

Liefst niet te lang, de tijd gaat voort.

De factor komt nu aan het woord,

En mag de Maandzang declameren.

Raadt men allusies, spreken de beelden aan?

Men kan vervolgens eigen vondsten presenteren,

Als de opdracht daartoe wist te inspireren.

Niet te geloven, wat een creativiteit

In al dat huiswerk hier tentoongespreid!

Een volgend onderdeel vangt aan:

Retorisch, hooggestemd of badinerend,

Een lezing kunnen we altijd waarderen.

Nu wordt het tijd een teermaal te verteren.

 

                                               Factor Herman

woensdag 6 mei 2026

Maandzang april 2026

Een nieuwe lente en een oud geluid,

zo zongen al de troubadours:

de bermen bloeien, struiken botten uit.

Een bloemrijk dichter kan op deze toer

nog vele strofen vullen met natuur

met vogels zingend in het ochtenduur.

Voeg daarbij jambe, dactylus of anapest,

en de dichter voelt zich op zijn best.

De inhoud doet daarbij gewoon de rest:

natuurbeleving vult gemakkelijk kwatrijnen,

aan geur- en kleurenmetaforen geen gebrek.

Maar red je het, zo schrijvend, op den duur

met het vervaardigen van een refrein?

Ik heb daar zo mijn twijfels aan

en moet mij hier nog even op bezinnen.

Laat mij maar eerst met ander werk beginnen.

Natureingang is voor tevredenen of legen,

en in een bos kan nu snel brand ontstaan.

Een beetje dichter kan er niet meer tegen

- het zal de slimme lezer niet ontgaan –

alleen maar over bloesem te oreren.

In deze tijd van AI- intelligentie

heeft een dichter andere pretenties

en zal hij hoger honing meer waarderen.

Waar de kranten zoal vol van staan,

de social media het dak uitgaan,

dat is voorgoed gefundenes Fressen

om des dichters dorst naar dicht te lessen.

Maar laat dit dichterlijke vrijheid onverlet?

Met deze twijfel eindigt het sonnet.

En rederijkersvormen zijn ook fijn,

zo luidt de laatste zin van dit refrein.

 

Factor Herman


Bij de voordracht werden flarden herkend van Bloem, Nijhoff en natuurlijk Gorter.