REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

vrijdag 23 februari 2018

The Cloud of Unknowing

Er is een duisternis daarboven
Die ik niet doorgronden kan
Daar huist een licht, verborgen.....
Heel vreemd, - daar leef ik van

Hier heersen pijn en zorgen
Toch hangt er zekerheid:
Er daagt een nieuwe morgen
Die ons wordt toebereid

Ik hoop dat het kan schelen
Wat ik bij deze slijt
We samen zullen delen
Gebor-, ...geborgenheid

2018 bij stamceltransplantatie

                  Keizer Frans

donderdag 22 februari 2018

Levensblik

Zo ongeveer in ’t midden van het leven
heeft menigeen ’t gevoel te zijn verdwaald.
Je vraagt je af waar ’t reisdoel is gebleven
en wat je al die tijd hebt uitgehaald.

’t Is waar, je struint door ongewis struweel,
kompas en kaart hebben je vaak bedrogen –
toch raak je snel weer in ’t gareel
en heb je weer een zinnig doel voor ogen.

Zo ga je al maar verder  op het levenspad
en mogelijk zit het je soms wat tegen
maar voor je ’t weet heb je decennia gehad
en denk je: “Waar is toch de tijd gebleven?”

Qua leeftijd nader je nu wel de top.
Je krijgt de neiging achterom te kijken.
Al zoveel kilometer zit erop,
je komt van verder dan de blik kan reiken.

Toch wil je plekken zien waar je ooit bent geweest,
en hoe je was in een nu ver verleden.
Je neemt de verrekijker van de geest
en ziet je prille ik als was het heden.

Met sprongen ga je door je levensdagen,
een diaserie lijkt het, al die jaren.
Verwondering en kinderlijke vragen
en dan als puber in de verte staren,

uiteindelijk volwassen, huis en haard,
gezin – geen tijd om uit het raam te turen.
Er werd gewerkt, en hard, maar ’t was het waard.
Totdat je wist: dit kan niet altijd duren.

Toen je dat doorkreeg, was je halverwege;
intussen kijk je daar alweer op terug.
Wat grijzer nu besef je het terdege:
verdomd, wat gingen al die jaren vlug.


factor Herman

woensdag 17 januari 2018

Maandzang januari

De rederijker spreekt:

Ben ik de man die woorden stromen laat?
Hij die het woord zo min als gistdrank haat?
Die klinkt van klank, met rijm als rode draad,
het dichtsnoer dragend tot het twaalf uur slaat?

Ja, lieve metgezellen mijn,
laat taaltrouw ons tot leuze zijn.
Het dicht smaakt ons zo goed als wijn,
“De roemer hoog,” galmt ons refrein.

Als wij hier in ’t Begijnhof declameren,
staakt mus na mees het kwinkeleren,
geen automobilist zal claxonneren,
ons lied kan zelfs het kroegvolk inspireren.

Ja, metgezellen, zusters, broeders,
van taal zijn wij vanouds de hoeders.
Vanouds smaakt ons het woord als drank,
wij brengen Bacchus en de Muzen dank.

Bij tijd en wijle trekken wij naar buiten,
gedichten galmend langs de winkelruiten,
waarbij de retoriek zich zo wil uiten
dat op de Grote Markt de oren tuiten.

Ja, vrienden hier in deze vrome zaal:
welsprekendheid en dichterstaal,
van fluisterwoord tot stadskabaal,
het is geweldig allemaal.

Maar bij de echo van ons slotcouplet
bekruipt ons lichte twijfel; het is net
of ’t lied door ons te hoog is ingezet
en wij verdwaald zijn in het alfabet.

Nee, lieve metgezellen mijn,
wat onze leus ook moge zijn,
misschien blijft onze invloed klein
en fluisteren wij ons refrein.

Maar mus of nachtegaal, we zullen klinken.
Broeders en zusters, laat ons daarop drinken!

factor Herman, januari 2018



dinsdag 5 december 2017

Maandzang november

Wij vrienden laten graag de glazen klinken,
we houden van de klank van het kristal,
van 't licht van kaarsen dat het glas doet blinken
en van de vrucht van Bacchus bovenal.
De winden mogen langs de daken huilen,
de ramen rammelen van het geraas,
wij hebben deze zaal om in te schuilen.
Wat angst? Zo nodig drinken we ons daas.

Wat buiten woelt kan ook naar binnen keren,
het gaat dan stormen in de conversatie.
Het loopt hoog op, een hele consternatie!
Uit woordgedruis kun je dan destilleren
wat, slechts als spel bedoeld, de ander tart
en wat juist diepgemeend is, recht uit 't hart.

Tot zover dit vriendschappelijk sonnet.
Je hoort het, vriendschap is niet louter pret.
Maar er is wel een algemene wet
(en ware vriendschap laat die onverlet):
je hoeft je woorden niet altijd te wegen,
soms flap je er gewoon wat onzin uit,
of iets wat onbedoeld op weerstand stuit -
je vrienden kunnen daar meestal wel tegen.
Dat geldt zelfs woordenstrijd op 't scherpst der snede,
een intellectueel soort duelleren.
Dit strijdperk moet je af en toe betreden,
omdat je zo van vrienden veelt kunt leren.

De rederijkerskunst wil epateren
door prachtig taalgebruik te etaleren.
Wij van het Turfschip kunnen dit waarderen,
maar zien in klank en taal meer dan de sier.
Taalvirtuositeit is slechts klein bier,
want vrienden, om de inhoud gaat het hier!
Wat onder de gezellen wordt gehoord,
is 't zoekend, weinig opgepoetste woord
dat naar de dieper laag van weten boort
en, terwijl wij drinken en het maal verteren,
ons ook telkens weet te amuseren.
Omdat we ons hier onder vrienden weten,
kunnen we straks vrolijk weer gaan eten!

factor Herman

zondag 22 oktober 2017

Locaties

Voor de zitting in oktober hadden de rederijkers de opdracht een plek te beschrijven die voor de anderen herkenbaar zou zijn, zonder exacte aanduidingen van namen etc. Hieronder de resultaten.


(1)

Ik hoor de trammen raat’len langs de straten,
de stedelingen vierkant rond mij praten.
Boven mijn ingang wijst een klok de tijd,
de ruimte voor mijn deur is haast onstedelijk wijd.
Ooit gunde Wilhelmina mij eens een granaat,
maar niemand die mij nu nog naar het leven staat.
In rang ben ik gestegen in de loop der tijden,
nu kan slechts duivenpoep mij nog ontwijden.
Veel artistieks is het, waar ik al eeuwenlang over beschik.
Denk even na en antwoord. Wie ben ik?

Le Gueux, 17.10.17

(2)





Waar ben ik?

Hier in een oase van rust
voel ik mij zo heerlijk gerust.
Ik droom weg op een bank
Gedragen door een lieflijke klank
En voel de historische zorg
Als een toekomstige borg
Voor steun en aandacht
Bij ziekte en onmacht.

Stemmen, een groep toeristen
Die de ouderdom betwisten.
“Och”, zei de jongste verveeld,
“Kijk maar naar dit beeld.”
Hun raadsel was opgelost
En ik van hun dispuut verlost.

Bea
 
(3)

Streekgedicht


Jij kijkt steeds fier uit over stad en streek
In ’t gebouw onder jou is een enk’le keer een preek.
Van ver ben je een heel gedegen punt,
waar je je op verlaten kunt.
Soms ben je feest’lijk aangekleed,
Iets dat men nu al heel veel jaren deed.
Bij een dergelijk gebaar,
hangt men vlaggen bij elkaar.
Missen kan men je dan ook niet,
want vrijwel overal ben je datgene wat men ziet. 
 
Peter, 17-10-17

(4)



Wat in Breda?

Mijn hoofd is weliswaar rond , zoals bij elke Bredanaar,
Misschien een Rederijker daar gelaten….
Zorgen zorgen en
niet alleen van vandaag, gisteren of morgen..

Er gebeurde zoveel in mijn hoofd
En ik werd nogal eens van mijn reputatie beroofd..
Terwijl.. ik eigenlijk zo mooi ben
Tenminste als je mij een beetje ken(t).

Er was verdriet, woede en gescheld
Het ging om leven,dood en geld.
Internationaal,
kennen ze mij ook allemaal.

Oren heb ik overal
midden in mijn buik,
Ook ogen ,registers en
Codes, maar jammer genoeg geen luik.!

Door een klein oog zie ik soms de maan,
Verder is er actie en ook wat waan.
Nieuwe plannen verlichtte mijn buik
Maar wie maakt daarvan gebruik?

Er zijn veel armen om mij heen..
Veel dames en heren..
Die mij van alles willen leren.

Al  heel lang ben ik rond in mijn hoofd
En deed ik, wat er was beloofd.
Alleen ik kon niets beslissen
Er  waren erg veel geplande kissebissen.

Mooi afgewerkt ben ik wel
Grote deuren voor en achter
En ook een huisje voor de w……r
Een sloot mogelijk  voor de sier..

Waren er daar drie of vier?

 Nettie, oktober 2017

Oplossing:
1. Paleis op de Dam; 2. Begijnhof Breda; 3. toren OLV-kerk Breda; 4. voormalige Koepel-gevangenis Breda