REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

zondag 22 oktober 2017

Maandzang oktober



Het najaar daalt weer op de tuinen neer,
het zonlicht schittert nog op muur en dak
en maakt oktober als een lens zo strak.
De dagen hebben haast geen wolken meer.

De hoogste bloei van bloemen is geweest,
geen wit van waterlelies in de sloot.
Het blad verdwijnt in schreeuwend geel en rood:
het doven van natuur is als een feest.

Nog even en de bomen worden kaal,
het treinverkeer raakt hopeloos ontwricht
en onze blik wordt binnenwaarts gericht.
Een grijze sluier maakt de dagen vaal.

Wij willen ’t niet, maar achter de gedachten
aan alledag gaat duister denken schuil,
vermoeden van een einde, leeg en vuil,
dat achter einders op ons ligt te wachten.

Zo fijn als in een vochtig blad de nerven,
zo kwetsbaar zijn wij mensen in de tijd.
Wat lichtjes langs ons leven strijkt, is sterven,
terwijl een weemoed stil ons hart inglijdt.

Maar nu de herfst verwijlt achter de hagen,
zijn we onbekende wegen ingeslagen
en lijken nieuwe oorden op te dagen,
nieuwe kusten, lusten, visies, vragen.

De ochtendstond, een gouden roos gaat open.
We staan aan ’t raam, het veld is stil.
Een nieuwe tijd vangt aan, amorf en pril.
Laten we samen naar de verte lopen.

factor Herman, 17-10-17
met dank aan Achterberg, Slauerhoff, Gorter en Philip



donderdag 21 september 2017

Maandzang september



Portretten kijken aan de wand misprijzend
van eeuwen her op ons, aan tafel, neer,
stilzwijgend op het relatieve wijzend
van ons gedoe, want al wat is, keert weer
en hoe wij ook de diepte willen peilen
van oude tekst of eigentijds verhaal,
mentaal zijn wij met open kraan aan ’t dweilen.
En op den duur verdwijnt het allemaal
in het ondenkbaar diep en ijl ravijn
waar lotgenoten uit ons ver verleden
met oeroud sterrenstof verbonden zijn,
toch ook onpeilbaar reikend in het heden.

Wij kunnen beter maar de tijd vergeten
en al die tekens aan de wand negeren,
in goed gezelschap heerlijk redeneren
en dat bezegelen met drank en eten.
Maar of dat werkt, zou ik zo nog niet weten.
Je denkt misschien dat je de tijd kunt keren,
maar vergelijk geen appelen met peren,
want tijd kun je niet grijpen, zelfs niet meten
Tijd laat zich niet instrumenteel hanteren.
Vadertje Tijd trekt nevels door je dromen;
tijd is een stroom met oeverloze zomen
en tijd kan meesterlijk manipuleren,
wat vroeger was binnenstebuiten keren.
Je eigen leven raakt ondersteboven;
beelden van vroeger zijn niet te geloven;
je hersens kunnen alles wel beweren.
Daarbij houdt tijd ook nog van repeteren:
er is nog steeds niets nieuws onder de zon;
we krijgen weer wat ooit opnieuw begon,
herhalen fouten zonder bij te leren.

Bezie onszelf vanuit dit perspectief.
Ooit bloeide Vreugdendal in onze stad;
hoelang heeft men geen Kamer meer gehad?
Toen kwam men tot een nieuw initiatief,
er leek een nieuwe bloeitijd aan te breken.
Naar het blazoen werd met respect gekeken;
het leek een groeiend aantal aan te spreken
maar is niet tegen tijd bestand gebleken.

Nu echter is de Kamer uit haar as
Phoenix-gelijk herrezen, klein, gedreven.
Het woord klinkt of het nooit verdwenen was,
Laat oude tijden eigentijds herleven!

factor Herman, 19-9-17

dinsdag 16 mei 2017

Maandzang april

Het is als roeien – strak de regelmaat
waarmee de riem op stromend water slaat,
een plons waarna de druppels ruisend dalen.
Het ritme van een eindeloos herhalen.

Het is als stemmenveelvoud in een zang –
de strenge partituur brengt samenhang
en laat tot ijle hoogte tonen klinken,
die dan in volle zwaarte diep verzinken.

In toom gehouden triomfeert de geest.
In strakke vorm creëert de mens het meest.
Of is ’t een dwangbuis voor de scheppingsdrang?
Is vrijheid juist van allergrootst belang?

Zoals een gletsjer –
donderend geraas dreunt diepte in.
Of roofvogelwiekslag –
klimmend tot ijle hoogte
tuimelend in tomeloze
laagte

het is als verkeer – urbane polyfonie
kakofonie van stedelijke geuren
c h a o s
binnen de kaders van het stratenpatroon

tot hoon van dichters?
kan creativiteit hier wonen?
maakt alleen boordeloos
de drang zich ruimte meester?

vrije val
bungee-jumping
van de
geest

Factor Herman, 13-4-17
Deze maandzang was de opmaat tot de opdracht een vrij vers te schrijven. Hieronder twee resultaten.

Vers-e gedachten,

Schimmen en onzekerheid.. kunststof in mijn lichaam…

Vers-e gedachten nog vers,
Dichtbij komt het nu.

De arts.. rossig haar ,ik keek naar hem door computerlicht beschenen..
Hij lachte vriendelijk op zijn beeld..

Het gaf mij moed om het te zien en
Dit aan hem te zeggen…hij glimlachte opnieuw..

Een harde indicatie
Snelle vaardige handen., hij zag mijn aarzeling en glimlachte..opnieuw.

Vers overgave ..
Techniek en natuur…samenwerk

Natuur, terwijl ik slaap groeien de loten ..van de berk
De ranken van de blauwe druif vullen zich, natuurlijk, samenwerk.
Terwijl ik slaap ..
Ververs ik mijn vrijheid,
Vers ik …vrij
  
“Een vrij vers”, Nettie Verschuren, 18-04-2017
------------------------------------

Het licht wordt van dag tot dag wat feller 
Voorjaar brengt ons belofte terug 
De kloktijd is weer aangepast. 
Bloesem barst boom en struiken uit. 
Een tijd van nieuwe hoop laat het zien 
De aarde richt zich op, 
ook al is er duisternis hier en daar. 
Donkere wolken kunnen het licht niet doven. 
Dat wat altijd weer gebeurt, 
is nu niet meer te stoppen. 
De geschiedenis rolt steeds maar verder door 
en zal goddank geen einde kennen. 

Peter Berg, april 2017, Meerle

donderdag 6 april 2017

Maandzang maart




Het Al is ooit als woord begonnen
of klonk het meer als knal?
Wie heeft het eerste woord verzonnen
en luisterde toen iemand al?
Waarschijnlijk was er geen gehoor.
Het woord was eerder dan de mens.
De taal bracht ons als mensen voort,
wel of geen taal, daar ligt de grens.
Het woord verdient dus ons respect.
We houden het dan ook in ere.
en wie het woord in twijfel trekt,
die zullen wij een lesje leren.
Tweesnijdend zwaard, dat is het woord.
Je kunt er scherp mee snijden,
de een er vreselijk mee verblijden
terwijl 't de ander gruwelijk stoort.
Het woord vergunt je een gesprek.
Maar ook de lange monoloog,
het wetenschappelijk vertoog,
de preek zijn zonder woorden gek.
Ook haiku's zijn er woordloos niet,
de ode noch de elegie,
het vonnis, liefdespoëzie.
Vrij kort van stof is dan de tweet,
in mum van tijd is die geschreven
Maar sneller nog is de icoon.
Icoontjes zijn nu heel gewoon.

De volzin, waar is die gebleven?
Die hoor je in de politiek,
al is het woord daar dikwijls schijn.
De taal houdt op ad rem te zijn
en toont haar leegte plein public.
Voor menigeen zijn holle frasen
een facebookvullend idioom,
kometenstaart op de iPhone,
zinlege tekst die langs komt razen.
Het woord als wereldwijde tweet
creëert zijn eigen valse feiten.
En dat valt ieder te verwijten
die slechts droge letters ziet
in de expressie van de taal.
O ja, het schiet mij weer te binnen:
het woord was er in den beginne,
en groeide uit tot een verhaal,
dat door ons allen wordt verteld.
Het woord vormt ons in ons bestaan,
't verhaal is altijd doorgegaan
en daarin is het woord de held.
Des Pudels Kern * van de traditie
is open staan voor taalgedachten.
De Kamer ziet dit als ambitie,
wat zouden wij nog langer wachten?

Factor Herman, maart 2017


*„Das also war des Pudels Kern.“ - Faust