REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

woensdag 9 januari 2019

Kerstzang 2018


O Kerstnacht schoner dan de dagen,
wat heeft december toch voor weken,
met feest’lijkheden vrijwel alle dagen
waarbij die van de rest van het jaar verbleken.
Nu vrienden, heffen wij het blinkend glas,
om op de voortgang van de tijd te drinken,
terwijl ook tussen ’t tinkelen door mag klinken
dat het dit jaar niet altijd om te lachen was.
Zo missen wij hier node Frans en zijn Annet;
zijn komst naar deze zaal heeft laatst nog ons verblijd.
Het lichaam heeft een dergelijk bezoek nu niet gered,
al vechtend met de ziekte: een lange, zware strijd.

Een vreemd lot is ons rederijkers toch beschoren.
Het fraais van rijm en rede mag ons vaak bekoren,
en graag vertoeven wij in rijkgevuld verleden,
maar ook erkennen wij het regiem van Vader Tijd
en zien de gaten vallen in het actuele heden,
het lichaam slijt en om ons hen dreigt narigheid
en uit de krochten van de wereldmachten
ontsnappen onvermoede, duistere krachten
en dan de doem van CO2 en meer van die ellende:
genoeg om onrust in ons hart te brengen.
Wij gaan hier niet een nuffig traantje plengen,
het Licht van deze dagen moet hier prevaleren
en doet in weerschijn alle ogen glanzen.
Terwijl het glas de wijn lichtjes doet dansen
kunnen wij ons met elkaar realiseren
hoe wij, bijeen in deze Hof van de Begijnen,
veel moois en memorabels hebben ondervonden
en al dat leuks mag niet als damp verdwijnen.
We hebben niet voor niets elkaar als groep gevonden.
Wel, luisterend publiek, op alle mogelijke manieren
zal deze avond ons geheel en al plezieren.
En na het genieten van dit kerstfeestachtig voorgerecht
is de conclusie factoraal: dit feest begon niet slecht.
        
                   factor Herman, 18-12-18

zaterdag 24 november 2018

Herfstzang

Maandzang november


De herfsten gingen en de herfsten komen,
en alles gaat in cirkelgang.
Je kunt van revolutie dromen,
en bol staan van een grootse dadendrang,
maar zie je het vergelen van de bomen,
dan sluipt een spoor van weemoed door je zang:
je pen kan niet aan het besef ontkomen
dat de progressie die je had verwacht,
dat vuur, allengs van 't hart is weggenomen.
Toch, wie het stralen van de beuken ziet,
de gloed en glans voordat het blad verdwijnt,
de schoonheid klinken hoort in 't late lied,
wanneer de maan het kalend hout doorschijnt,
die krijgt ontzag voor de vitaliteit
die altijd weer het leven voorwaarts stuwt,
in doodse bodem toekomst voorbereidt,
ook als de daadkracht in de harten luwt.
Zò, als seizoenen komen en weer gaan,
zo is het ook met onze vriendenkring,
die eeuw na lange eeuw het heeft bestaan
om vast te houden aan bewondering
voor rede die verscholen ligt in rijm.
Vaak zakte het gezelschap in elkaar –
de vrienden konden niet meer samen zijn
en waren er soms helemaal mee klaar
of werden door de politiek bekneld.
Maar allen hier zullen met mij beamen,
al zijn we soms door tegenslag geveld,
dat samenzijn op velerlei manieren
ons niet alleen in dichtkunst kan bekwamen
maar ons vooral als vrienden kan plezieren.

factor Herman, november 2018

uit JC Bloem, ‘Vroege voorjaarsavond’:
De lenten gingen en de lenten komen;
De wereld is een onverganklijk oord,
Waaraan de harten, eenmaal opgenomen,
Niet meer ontwijken dan door de ene poort.


woensdag 19 september 2018

Maandzang september


Indien ik begin over Justus de Harduwijn,
houdt menigeen het meteen voor gezien
want wie dat hoort, veronderstelt al snel
dat ik slechts bigotte sprookjes vertel.
Voordat u misnoegd in apps op uw iPhone verdwijnt:
die Justus is interessanter dan het nu schijnt,
en hopelijk trek ik uw aandacht voor hem hiermee -
captatio benevolentiae.

Justus de Harduwijn was een poëet,
die een zinnelijke liefde beleed
in sonnetten, sierlijk en bekoorlijk,
zoals men in de Renaissance deed.
Maar menig priester vond dit onbehoorlijk;
dat deed de das om voor zijn liefdeslied.
Dezelfde Justus kwam weer in de gratie
in het kamp der contrareformatie.
Laffe bekering? Je kan wel meer beweren
maar de Vlamingen houden hem in ere.
Dit was ’t exordium, dames en heren.

In 1852 komt in Gent
Justus ter wereld, barstensvol talent.
Zijn vader, vriend van Jan van der Noot,
leert hem de taal der Renaissance;
de zoon schrijft poëzie die veel belooft.
Zijn dichtkunst laat verliefde harten dansen.
In prachtsonnetten doet hij beeldend kond
van passiegloed voor ene “Roose-Mond”.
Maar hij is nog geen 25 jaar
als Cupido voor vroomheid wijken moet.
Weg Roose-Mond, weg Renaissancetaal,
hij dicht opnieuw, vanuit een vroom gemoed,
werkt zijn sonnetten om tot godsverhaal
en vindt zijn jeugdlyriek nog maar zozo.
Dit was, u raadt het al: narratio.

De priester is nog steeds de dichtkunst machtig,
zijn taal is schoon en vloeiend, ’t ritme prachtig.
Maar nu komt er een tegenargument.
Hoe rijmt een dichterschap van zulke statie
met het gekwezel van de contrareformatie?
Een treffend verwijt is dit in mijn optiek.
Maar dichterskwaliteit biedt hier repliek.
Want welk aandachtig-vroom gedicht toch gaat er
boven zijn bewerking van het Stabat Mater?
“Schoon boven alle Schoone”, toont het zo
de kern van deze refutatio.

Als peroratio kun je dit zien:
geniet ook eens de taal van Harduwijn.

Factor Herman 18-9-18

Toelichting
Evenals de vorige maandzang (mei) verwijst deze maandzang naar het thema van de laatste  rederijkersbijeenkomsten: de redevoering en dan met name de lofrede, volgens aanwijzingen uit de klassieke leer vaan de retorica.