van hen die lange tijd hiervoor
met woord en spel de tijd passeerden,
met rijm en strofenbouw jongleerden,
in eetzaal en taveerne bivakkeerden.
Met die traditie in gedachten
zou je vanavond weer verwachten
dat we ons aan dichterlijke vormen wijden.
Dat echter leggen wij voor nu terzijde,
we stellen ons iets anders voor.
Wat denk je van een parallel bestaan?
Bijvoorbeeld dat we hier de deur uitgaan,
het ros bestijgen, de Begijnhof door
en op de grote markt gaan paraderen,
gehuld in harnas of in gouddoorregen
uitbundig geborduurde kleren.
Ademloos bekijkt men deze pracht.
Verbeelding eindelijk aan de macht.
Of we varen er met Hollands vlag op uit,
doen zeeslagje met onze Blauwe Schuit.
We gooien alle tijden door elkaar,
wat fantasie leek , is nu zomaar waar.
We maken alles wat er is tot spel,
na enig kannenkijken lukt dat wel.
We fabriceren een realiteit.
Dat deden we in vroeger tijd
met intochten vol pracht en praal,
met magnifiek gebrachte spelen
in drankovergoten landjuwelen.
Wij als Turfschip missen zo’n festijn,
maar blijven trouw aan retoriek,
aan poëzie, we willen echt een Kamer zijn,
al treden we niet op ‘en plein publiek’.
We zijn nu in een technocratisch heden,
maar zien de lijn met het verleden.
Dat is er zeker, continuïteit,
mede behoed door het beleid
van onze trouwe Deken Terschueren
die het Turfschip ten allen tijde
de goede kant op wist te sturen
en klippen en rotsen kon vermijden.
Zorgzaam en met zorgvuldigheid
leidde zij ons lange tijd,
stak alle energie in onze zaak.
Soms was dat enerverend,
steeds was ze voor ons in de weer.
Humor en empathie waren typerend
voor haar opvatting van deze taak.
Node legt zij nu de hamer neer.
Lieve Deken, wat heb je veel gedaan.
En al heb je nu geen hamer meer,
we zien je graag nog heel veel keer.
Een maandzang is, dat is zojuist gebleken,
soms ook een ode, zij het in het klein.
Een lofdicht binnen perken mag het zijn:
wij loven het verschijnsel Deken.
Wij rederijkers zouden bij voortduring
richtingloos ten onder gaan,
ware er niet der Deken sturing.
Zeg het mij nu allen hardop na:
de Deken lof, hoera hoera hoera!
factor Herman
