REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

vrijdag 24 juni 2022

Maandzang mei

 
Bauke , Nettie, keizer Frans, en Herbert, Tom en Bas, 
Peter en Marieke - bij Moeke hieven zij het glas, 
de tijd dat er geen Kamer was.

Er waren plannen bij de vleet,

hetgeen ik in verslagen las.

 

Men dacht aan retoriek en men dacht aan toneel,

ze wilden van alles, ze wilden zoveel,

maar liefst toch niet in het gareel

van het roemruchte JvL.

Sommigen lieten daar weinig van heel.

 

Al stond het een aantal leden echt niet aan,

het Turfschip Adriaen van Bergen zou voortaan

als naam in de notulen staan.

Vanuit het Vreugdendal gevaren

zou men als Turfschuit verdergaan.

 

De eerste zitting vond plaats waar wij nu zijn,

die fraaie oude zaal en ja, men vond dat fijn.

Al voelde men zich geen begijn,

dit was the place to be voor de gezellen,

en historisch gezien geheel in de lijn.

 

Er kwamen leden bij, de Kamer groeide gestaag.

De maandzang was al traditie en ieder dichtte graag.

Op één punt was er een prangende vraag:

bleef eten bij Humphrey’s een goed idee?

Misschien minder voor de oren dan voor de maag.

 

Daarover bleef de Kamer stevig debatteren,

want spijs en drank vonden de dames en heren

iets waar eloquentie op kon teren.

Intussen trad schrijver dezes aan,

en die kon waarderen wat zich hier manifesteerde.

 

Tegen het einde van dat bruisend jaar

kreeg Herbert (of was het Martin?) het voor elkaar:

in het hofje maakte Hettie eten klaar,

een smakelijk maal, ter plekke geserveerd.

Een heerlijke traditie begon toen en daar.

 

De jaren lieten Kamer-breed hun sporen na.

Er waren gezellen die zeiden: “Ik ga!”

Maar de Geest van de Kamer sprak: “Ik besta,

en zonder kijven, gezeur en blabla

ben ik de beste club van Breda!”

 

De Keizer indachtig gaan we dus door,

in vererlei opzicht nog steeds in zijn spoor.

We nemen ons altijd van alles voor.

Tradities blijven èn evolueren.

En wij blijven elkanders beste gehoor.

 

factor Herman, mei 2022

 

Inhoudelijk heb ik deze maandzang gebaseerd op de verslagen van de eerste jaren, te vinden in ons archief. Naar de vorm was de strofenbouw van Bredero’s BOEREN-GEZELSCHAP het uitgangspunt. Dat lied begint als volgt:

 

Arent Peter Gysen, met Mieuwes, Jaap en Leen

En Klaasjen, en Kloentjen, die trocken t’samen heen,

Na ’t Dorp van Vinckeveen:

Wangt ouwe Frangs

Die gaf sen Gangs, [ganzen steken dus die rijdend van een paal af zien te krijgen]

Die worden of ereen.

zaterdag 30 april 2022

Maandzang april

 

Het groen aan bomen is nog pril,

de nachten zijn nog vaak wat kil,

maar dat de zon flink schijnen wil,

is de genade van de maand april.

Dat schijnsel licht ook op in onze geest,

nu we al vaker samen zijn geweest

in de vier maanden die het jaar pas telt,

een jaar dat nog niet wordt gekweld

door avondklok en dat soort zaken.

Om nog meer in de stemming te geraken,

dient de factor keer op keer

een verse maandzang uit te braken,

zodat we als gezellen telkens weer

door rederijkersverzen aangedreven,

onbekommerd samenzijn beleven

op het niveau dat ooit is aangegeven

door Kamers waar gezellen met allure

de mooiste rijmsels konden weven,

al bleef het altijd genereus en amicaal,

desnoods tot in de late uren.

- Misschien heb ik te hoog gegrepen,

en overschat ik nu de invloed van de taal,

maar toch zie ik als dichterlijke taak

richting te geven aan ons redelijk vermaak.

Zoals het water stuwkracht krijgt

als het door nauwe kaden wordt geleid,

zo bieden strofenbouw en ook metriek

de verzen levenskracht en dynamiek.

Zo geve ook de maandzang aan het publiek

de drive die onze avonden doet swingen.

Helaas, zoals met zoveel dingen,

klinkt dit wel als een prachtig ideaal,

maar onwaarschijnlijk toch dat ik dit haal,

want om een maandzang zo te laten zingen

geen factor die dit voor elkaar kan krijgen.

Maar ook al lukt het soms maar even,

we moeten naar het hoogste streven.

Dat te mogen pogen is voor mij een eer

en verder rest mij niets dan zwijgen:

er komt geen ene versvoet meer.

 

factor Herman