REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

zondag 22 oktober 2017

Locaties

Voor de zitting in oktober hadden de rederijkers de opdracht een plek te beschrijven die voor de anderen herkenbaar zou zijn, zonder exacte aanduidingen van namen etc. Hieronder de resultaten.


(1)

Ik hoor de trammen raat’len langs de straten,
de stedelingen vierkant rond mij praten.
Boven mijn ingang wijst een klok de tijd,
de ruimte voor mijn deur is haast onstedelijk wijd.
Ooit gunde Wilhelmina mij eens een granaat,
maar niemand die mij nu nog naar het leven staat.
In rang ben ik gestegen in de loop der tijden,
nu kan slechts duivenpoep mij nog ontwijden.
Veel artistieks is het, waar ik al eeuwenlang over beschik.
Denk even na en antwoord. Wie ben ik?

Le Gueux, 17.10.17

(2)





Waar ben ik?

Hier in een oase van rust
voel ik mij zo heerlijk gerust.
Ik droom weg op een bank
Gedragen door een lieflijke klank
En voel de historische zorg
Als een toekomstige borg
Voor steun en aandacht
Bij ziekte en onmacht.

Stemmen, een groep toeristen
Die de ouderdom betwisten.
“Och”, zei de jongste verveeld,
“Kijk maar naar dit beeld.”
Hun raadsel was opgelost
En ik van hun dispuut verlost.

Bea
 
(3)

Streekgedicht


Jij kijkt steeds fier uit over stad en streek
In ’t gebouw onder jou is een enk’le keer een preek.
Van ver ben je een heel gedegen punt,
waar je je op verlaten kunt.
Soms ben je feest’lijk aangekleed,
Iets dat men nu al heel veel jaren deed.
Bij een dergelijk gebaar,
hangt men vlaggen bij elkaar.
Missen kan men je dan ook niet,
want vrijwel overal ben je datgene wat men ziet. 
 
Peter, 17-10-17

(4)



Wat in Breda?

Mijn hoofd is weliswaar rond , zoals bij elke Bredanaar,
Misschien een Rederijker daar gelaten….
Zorgen zorgen en
niet alleen van vandaag, gisteren of morgen..

Er gebeurde zoveel in mijn hoofd
En ik werd nogal eens van mijn reputatie beroofd..
Terwijl.. ik eigenlijk zo mooi ben
Tenminste als je mij een beetje ken(t).

Er was verdriet, woede en gescheld
Het ging om leven,dood en geld.
Internationaal,
kennen ze mij ook allemaal.

Oren heb ik overal
midden in mijn buik,
Ook ogen ,registers en
Codes, maar jammer genoeg geen luik.!

Door een klein oog zie ik soms de maan,
Verder is er actie en ook wat waan.
Nieuwe plannen verlichtte mijn buik
Maar wie maakt daarvan gebruik?

Er zijn veel armen om mij heen..
Veel dames en heren..
Die mij van alles willen leren.

Al  heel lang ben ik rond in mijn hoofd
En deed ik, wat er was beloofd.
Alleen ik kon niets beslissen
Er  waren erg veel geplande kissebissen.

Mooi afgewerkt ben ik wel
Grote deuren voor en achter
En ook een huisje voor de w……r
Een sloot mogelijk  voor de sier..

Waren er daar drie of vier?

 Nettie, oktober 2017

Oplossing:
1. Paleis op de Dam; 2. Begijnhof Breda; 3. toren OLV-kerk Breda; 4. voormalige Koepel-gevangenis Breda





                               

Maandzang oktober



Het najaar daalt weer op de tuinen neer,
het zonlicht schittert nog op muur en dak
en maakt oktober als een lens zo strak.
De dagen hebben haast geen wolken meer.

De hoogste bloei van bloemen is geweest,
geen wit van waterlelies in de sloot.
Het blad verdwijnt in schreeuwend geel en rood:
het doven van natuur is als een feest.

Nog even en de bomen worden kaal,
het treinverkeer raakt hopeloos ontwricht
en onze blik wordt binnenwaarts gericht.
Een grijze sluier maakt de dagen vaal.

Wij willen ’t niet, maar achter de gedachten
aan alledag gaat duister denken schuil,
vermoeden van een einde, leeg en vuil,
dat achter einders op ons ligt te wachten.

Zo fijn als in een vochtig blad de nerven,
zo kwetsbaar zijn wij mensen in de tijd.
Wat lichtjes langs ons leven strijkt, is sterven,
terwijl een weemoed stil ons hart inglijdt.

Maar nu de herfst verwijlt achter de hagen,
zijn we onbekende wegen ingeslagen
en lijken nieuwe oorden op te dagen,
nieuwe kusten, lusten, visies, vragen.

De ochtendstond, een gouden roos gaat open.
We staan aan ’t raam, het veld is stil.
Een nieuwe tijd vangt aan, amorf en pril.
Laten we samen naar de verte lopen.

factor Herman, 17-10-17
met dank aan Achterberg, Slauerhoff, Gorter en Philip



donderdag 21 september 2017

Maandzang september



Portretten kijken aan de wand misprijzend
van eeuwen her op ons, aan tafel, neer,
stilzwijgend op het relatieve wijzend
van ons gedoe, want al wat is, keert weer
en hoe wij ook de diepte willen peilen
van oude tekst of eigentijds verhaal,
mentaal zijn wij met open kraan aan ’t dweilen.
En op den duur verdwijnt het allemaal
in het ondenkbaar diep en ijl ravijn
waar lotgenoten uit ons ver verleden
met oeroud sterrenstof verbonden zijn,
toch ook onpeilbaar reikend in het heden.

Wij kunnen beter maar de tijd vergeten
en al die tekens aan de wand negeren,
in goed gezelschap heerlijk redeneren
en dat bezegelen met drank en eten.
Maar of dat werkt, zou ik zo nog niet weten.
Je denkt misschien dat je de tijd kunt keren,
maar vergelijk geen appelen met peren,
want tijd kun je niet grijpen, zelfs niet meten
Tijd laat zich niet instrumenteel hanteren.
Vadertje Tijd trekt nevels door je dromen;
tijd is een stroom met oeverloze zomen
en tijd kan meesterlijk manipuleren,
wat vroeger was binnenstebuiten keren.
Je eigen leven raakt ondersteboven;
beelden van vroeger zijn niet te geloven;
je hersens kunnen alles wel beweren.
Daarbij houdt tijd ook nog van repeteren:
er is nog steeds niets nieuws onder de zon;
we krijgen weer wat ooit opnieuw begon,
herhalen fouten zonder bij te leren.

Bezie onszelf vanuit dit perspectief.
Ooit bloeide Vreugdendal in onze stad;
hoelang heeft men geen Kamer meer gehad?
Toen kwam men tot een nieuw initiatief,
er leek een nieuwe bloeitijd aan te breken.
Naar het blazoen werd met respect gekeken;
het leek een groeiend aantal aan te spreken
maar is niet tegen tijd bestand gebleken.

Nu echter is de Kamer uit haar as
Phoenix-gelijk herrezen, klein, gedreven.
Het woord klinkt of het nooit verdwenen was,
Laat oude tijden eigentijds herleven!

factor Herman, 19-9-17

dinsdag 16 mei 2017

Maandzang april

Het is als roeien – strak de regelmaat
waarmee de riem op stromend water slaat,
een plons waarna de druppels ruisend dalen.
Het ritme van een eindeloos herhalen.

Het is als stemmenveelvoud in een zang –
de strenge partituur brengt samenhang
en laat tot ijle hoogte tonen klinken,
die dan in volle zwaarte diep verzinken.

In toom gehouden triomfeert de geest.
In strakke vorm creëert de mens het meest.
Of is ’t een dwangbuis voor de scheppingsdrang?
Is vrijheid juist van allergrootst belang?

Zoals een gletsjer –
donderend geraas dreunt diepte in.
Of roofvogelwiekslag –
klimmend tot ijle hoogte
tuimelend in tomeloze
laagte

het is als verkeer – urbane polyfonie
kakofonie van stedelijke geuren
c h a o s
binnen de kaders van het stratenpatroon

tot hoon van dichters?
kan creativiteit hier wonen?
maakt alleen boordeloos
de drang zich ruimte meester?

vrije val
bungee-jumping
van de
geest

Factor Herman, 13-4-17
Deze maandzang was de opmaat tot de opdracht een vrij vers te schrijven. Hieronder twee resultaten.

Vers-e gedachten,

Schimmen en onzekerheid.. kunststof in mijn lichaam…

Vers-e gedachten nog vers,
Dichtbij komt het nu.

De arts.. rossig haar ,ik keek naar hem door computerlicht beschenen..
Hij lachte vriendelijk op zijn beeld..

Het gaf mij moed om het te zien en
Dit aan hem te zeggen…hij glimlachte opnieuw..

Een harde indicatie
Snelle vaardige handen., hij zag mijn aarzeling en glimlachte..opnieuw.

Vers overgave ..
Techniek en natuur…samenwerk

Natuur, terwijl ik slaap groeien de loten ..van de berk
De ranken van de blauwe druif vullen zich, natuurlijk, samenwerk.
Terwijl ik slaap ..
Ververs ik mijn vrijheid,
Vers ik …vrij
  
“Een vrij vers”, Nettie Verschuren, 18-04-2017
------------------------------------

Het licht wordt van dag tot dag wat feller 
Voorjaar brengt ons belofte terug 
De kloktijd is weer aangepast. 
Bloesem barst boom en struiken uit. 
Een tijd van nieuwe hoop laat het zien 
De aarde richt zich op, 
ook al is er duisternis hier en daar. 
Donkere wolken kunnen het licht niet doven. 
Dat wat altijd weer gebeurt, 
is nu niet meer te stoppen. 
De geschiedenis rolt steeds maar verder door 
en zal goddank geen einde kennen. 

Peter Berg, april 2017, Meerle