REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

donderdag 23 februari 2017

Maandzang februari



Geen beter vriend dan rijm en rede

Trouw onder vrienden valt te prijzen.
Maar houdt je vriend je bij neergang in ere?
Wie vriendschap als vreugd ziet, behoort tot de wijzen,
toch, vrienden in nood zijn het meest te waarderen.
Van makkers verwacht je geen smaad en geen sneren,
wel grappen en grollen, een luisterend oor,
dat ene woord dat je tijdig doet keren,
ten halve gedwaald, maar je vriend had je door.
Al gaat ware vriendschap nimmer te loor,
soms schuif je op naar een fase van leven
waarin de leuze  “less is more”
een nieuwe richtlijn lijkt te geven.
Vandaar vanavond deze bede:
geen beter vriend dan rijm en rede.

Door dik en dun zijn vrienden te prijzen,
maar geld in de buidel, daar kun je van leven.
Vriendschap is mooi, dat kan ik bewijzen,
maar rijkdom is grootser, al is het maar even.
Geld is dus iets waar velen naar streven.
Economie heerst mondiaal,
munten beheersen ‘t dagelijks leven
en klinkende munt spreekt heldere taal.
Geld stinkt, dat weten we allemaal
maar rijke stinkerds zijn populair.
Je kent ook de keerzijde van dit verhaal.
Met geld alleen komt een mens niet ver.
Mijn leus is daarom vanaf heden:
geen beter vriend dan rijm en rede!

Wie geld bezit kan potverteren
en leven in een hoge staat
óf doelbewust zich profileren
in toonaangevend mecenaat.
Hoewel, als ’t om de kunsten gaat
draait het om artistiek talent,
ook zonder geld weet je je raad,
mits je een ware schilder bent,
als dichter rake woorden kent,
als redenaar weet te bezielen,
als denker je tot feiten wendt.
Wat zou je dan met centen pielen?
Wilt daarom als gezel toetreden:
geen beter vriend dan rijm en rede.

factor Herman, febr 2017
vrij naar Anna Bijns: Geen beter vriend dan geldeken in de hand

donderdag 12 januari 2017

Maandzang december



We kijken samen uit het raam
Het uitzicht past wel in ons straatje
We slaan de snaren vrolijk aan
Zijn steeds te vinden voor een praatje.
De drank, die laten wij niet staan.
Zo vormen wij een kleurrijk plaatje.

Frivoliteit? 't Is niet dan schijn.
Het gaat ons niet slechts om de glazen
En het zal u wellicht verbazen
Hoe serieus we kunnen zijn.

Een schilderes heeft ons gevonden,
En schiep in verf ons evenbeeld.
Zodat de tijd dat we bestonden
Aan u, van nu, wordt toebedeeld.

En dat kan u wellicht vertellen
De zin die schuilt in uw blazoen.
Het woord is nu aan u, gezellen
Het is een andere tijd dan toen

De mores doen heel anders aan
Maar wat u wel van ons kunt leren
Is dat we dwars door eeuwen gaan
Om altijd weer elkaar te inspireren.

Misschien beperkt ons wel de lijst
Waarin de verf ons heeft gevangen
Maar toch, hij is met stip het wijst
Die zich niet voor één gat laat vangen

We uiten ons gevat met zangen
En reiken u de broederhand
Omdat wij heuselijk verlangen
Dat deze Kamer niet verzandt

In kneuterrijm en beuzelpraat,
Noch ronkend door de straten gaat
Bombastisch op zijn strepen staat,
De vriendschap buiten kleumen laat,

Dat deze Kamer uit wil stralen
De vreugde van de scheppingsdrang,
Van vriendschap, dichterlijk gezang,
Welsprekendheid en veel verhalen.
Doe zo op allerlei manieren!
Dat zou ons eindeloos plezieren.

Herman, factor
Het schilderij is gemaakt door Nettie Verschuren, zie hier.

Meer tegenstellingen

Tijdens de zitting van december werd het distichon beoefend, met als uitgangspunt: geef uitdrukking aan een verband tussen twee tegengestelde begrippen. Enkele resultaten:

Het leven is bijzonder met kunst,
maar kunst is nu een gunst!
Nettie Vinder

De omroeper roept doorgaans heel erg fel.
De rechterkant hoort hem echter wel..
Peter

't Wordt niks met deze maatschappij,
ik woon liever op de Mookerhei
Joop

Vooruitgang
Werd ooit de wijn als inspiratiebron geschonken tot de rand,
Nu is men drugsbeneveld in een schaduwparadijs beland.
Herman

vrijdag 24 juni 2016

De Tegenstelling

De gedichten die in de zitting van juni 2016 zijn ingebracht, draaien alle om een tegenstelling.

(1)

Rampspoed en Geluk

Om 12 uur… twee eieren te koken opgezet.
De telefoon gaat, even niet opgelet.
Ik stap in de auto en arriveer in de stad..
Om half drie ontdek ik wat ik vergat….

Met forse vaart arriveer ik in de straat..
Zie ik rook en vlammen van formaat?
Ren naar binnen…
Alwaar  de bodem van de pan aan  smelten wil beginnen.

Deuren en ramen open . …
Wat een lucht, vlug met  de pan naar buiten gelopen
Ik  laat  een zucht, maar zonder nuk…
Het was geen ramp, het is geluk.

Nettie-Vinder

(2)

’t Is triest maar waarheid dat ik u nu meld
geschokt te zijn in mijn koningsnormen,
want Shakespeare’s toch al boosaardige held,
Koning Richard, had een bult en wormen.
                  Jan Jonkheer

(3)

Hoe gaarne hoor ik fraaie taal!
Altijd, als ’t aan mij lag.
Maar ’t meeste klinkt gewoon banaal :
Houdoe, de mazzel, dáág.
         Le Gueux

(4)

De ideoloog

Een zweem van zeepbel, wankel streepje licht,
zo dun als vlies, in aanvang is het iets
als een begin - zo valt je een gedachte in.
Maar groeit die uit tot alles is ontwricht,
een denksysteem dat al wat voelt en tast
in algoritmen reduceert tot niets -
ik houd me even aan de zeepbel vast.

Herman Taaltopper


Wordt vervolgd

dinsdag 3 mei 2016

Maandzang april 2016

Zacht roze wit knopt met intens magenta
vol al van verse vruchtenkraam
Ginds achterin de tuin, de boom
Al even roze bij mijn raam
Houdt zich de ribes niet in toom
En volgt gedwee de lent’-agenda

De schilder-Schepper leeft zich uit
Kleurt alle hoeken van de tuin
Rechts knalt met magistrale kronen de magnolia
En ongekleurd nog priemt de sierajuin
Al bruin dooradert geelt forsythia
Zo geel ook blaast de keizerskroon zijn fluit

Mijn tuin een symfonie van kleur
Waar blauw en paars en lila zich ook toont
Maar wat geen woord beschrijvend nog kan doen
Is wat het meest hier woont
Die kleur in talloos tere tinten: Groen
Die in synthese met de zon zorgt voor die zalig’ lentegeur

En, of genoeg nog niet dit rijk boeket
Dat ziend’ , beroerend, geurend zich mij biedt
-Omdat één zintuig achter leek te blijven-
Tonen dan virtuoos de vogels hun kwinkelerend vreugdelied
Zo wil voor mij de tuin als Schepping toch beklijven
Dus weet ik niet of ik daarbuiten ooit een voet nog zet

Mijn leven blijft zo lentepoëzie!



Factor Bauke ‘Freiherr’ van Halem ©