REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

donderdag 14 oktober 2021

Maandzang oktober

 

Onze Kamer kende zo zijn dalen,

het was niet steeds een vreugdedal.

Soms zweeg de club in allen tale,

vervolgens schitterden de heren,

dan keerde opbloei tot verval.

Maar dat zal ons, bijeen, niet deren,

want ons gezelschap smaakt naar meer.

Misschien zal ooit de tijd ons leren

hoe wij, zoals de club weleer,

op onze top kunnen presteren,

als het maar gaat om ons plezier,

niet om de wens te gloriƫren,

want ook in aantal wel wat klein,

kan een Kamer prachtig zijn.

Niet pregnant in de annalen?

Laat een ander daarnaar streven.

Wat wij samen hier beleven,

daar valt eer aan te behalen

en dat dragen wij in ons blazoen:

het is om de LEUT te doen.

Lichtzinnig? Nee, integendeel.

De eerste letter, dus de L,

staat voor letterkundig spel.

De E staat dan voor Elk Zijn Deel.

U heeft het vast al in de gaten,

de U staat hier voor Uitgelezen,

en dat, daar sta ik als factor voor in,

uitsluitend in figuurlijke zin.

Wij hoeven ‘t hierbij niet te laten,

want ten slotte doet ook mee,

de T, hier in de vierde positie.

Niet, zoals men denken kan,

is dit de T van thermoskan,

ook al fungeert die in onze zaal,

als doorslaggevend vochtkanaal,

meestal tot een uur of acht,

dan wordt rijker vocht verwacht.

Deze T staat voor Traditie.

We zijn bescheiden van formaat,

maar hebben eeuwen al bestaan

en misschien ook nog te gaan,

je weet nooit hoe de toekomst gaat,

welke perspectieven wenken

voor de nieuwe generatie.

Aan dit soort zaken moet ik denken,

want deze zitting is speciaal,

in zekere zin een nieuwe start,

en dat raakt ons allemaal,

zeker na ’t coronajaar.

Na wederzijdse observatie

was het voor ons klip en klaar:

we zijn toe aan d’ inauguratie

van een gezel, te weten: Bart.

‘t Is iemand van de Franse slag

maar een broeder naar ons hart

en ik durf hier te beweren

dat wij in deze configuratie

elkaar nog meer gaan inspireren.

Hiermee kom ik tot mijn conclusie:

we hebben in onszelf fiducie

en we zullen verdergaan

met ons rederijk bestaan.

    factor Herman 

 

woensdag 22 september 2021

Maandzang september 2021


Onder de schaduw van de bomen,

binnengekomen door de poort,

hervindt men hier het onderkomen

waarvan we slechts nog konden dromen.

Hoe ruw werd ons bestaan verstoord

toen micro-organismen als een zwerm

van duivelse details de Kamer

verbande naar het kille scherm.

Het zoomen werd de nieuwe norm,

voor ons niet de ultieme vorm.

Hoe sneu en karig was ons lot:

geen koffiekan, geen boetepot,

geen zachte klap van Dekens hamer,

geen zotteklap waar je om lacht.

Zijn rederijkers niet meer samen,

dan mist hun woordkunst zeggingskracht,

intenties blijven in het vage,

want woorden moet je laten schragen

door vriendschap, door de metgezellen.

Wat je elkaar ook wilt vertellen,

hoe waardevol ook, hoe verfijnd,

het komt pas waarlijk uit de verf

als de gezellen samenzijn,

Afwezigheid leidt tot versterven

van broederschap. Gezellig-heid

was voor de Kamer ten alle tijd

een voortreffelijke manier

voor het creƫren van plezier.

Zolang niet hier te zijn geweest,

maakt deze zitting tot een feest.

En: ‘t is historie die herrijst,

de Kamer heeft een lang verleden,

dat ons bestaan nog steeds omlijst.

Van alles wat wij doen verwijst

naar wat de Broeders vroeger deden.

Zo heeft een zitting vele lagen,

zij het niet altijd manifest.

Dichtkunst, tafelpraat, kwinkslagen,

maar dat op een fundament

dat de tand des tijds doorstaat.

Wie deze oorsprong onderkent

heeft terdege in de gaten

dat pandemie noch CO2,

dat westers wel noch werelds wee,

dat niets op allerlei manieren

onze Kamer kan verstieren.

Resumerend stel ik vast:

hier is alles pais en vree.

Denkt nu echter niet: dat was ‘t,

want het mooiste, dat komt nu.

Hoort: onder de paraplu

van ons aller Vreugdendal,

voorspel ik dat in elk geval

het oude Turfschip spetteren zal.

Na lange tijden van gemis,

gemor, weemoedig smieren,

na zó lang niet te zijn geweest,

is deze zitting dubbel feest.

Vreugde in allerlei manieren!

 

    factor Herman

maandag 5 april 2021

Bij een foto van dame met hoed

 

Ik heb jou eens ontmoet in 19 zeven                                                Annie Schmidt

Of 1910 zo ongeveer,

In elk geval was ’t  in een vorig leven

En aan je ogen herkende ik je weer

 

Je was toen jong, een meisje nog, een tiener

Of  was je al in London als au pair

Ik ben geen paragnost en ook geen ziener

Dus jou karakter lezen is niet fair.

 

Maar toch, Den Haag, je tikt er tegen                                              Achterberg                      

En ’t zingt.  Een fotograaf van naam

heeft jou geportretteerd, verlegen,

Een man tikte  nieuwsgierig tegen het raam.

 

Mijn vader? Nee, zo  aarzelend, zo jong

Voerde hij jou niet met zich mee

Naar Indiƫ, het donkere land waar slechts een gong

De stilte brak, dat onbegrepen oord ver over zee.

 

Je was gezeten op een stoel, je ouders

Dachten: de kou zal haar niet deren

Je handen in een mof, een stola om je schouders

Je  droeg een breedgerande hoed met veren.

 

Alles is veel voor wie niet veel verwacht                                             Bloem

Het leven houdt zijn wonderen verborgen

Voor mij. Wie had dit ooit gedacht:

Een beeld gevonden op een vroege morgen

 

 Een dame, als een bloem voor d’uchtend van haar douw ontdaan,      Kloos

vol droevenis, vol verbazing, toen ze zei:

Je bent weer stout geweest. Maar kijk me aan.

‘k Vergeef je. Word een man. Je bent toch vrij?

 

We leven ’t heerlijkst in ons verst verleden:                                          Du Perron

De rand van het domein van ons geheugen

Ik kan niet terug, terug naar het verleden

Waarin ik niet voor haar wou deugen

 

Dit leven zachtjes ken ik het

Ik loop steeds eruit                                                                                   Hans Lodeizen

Zoals een kind uit het strand gaat

vol zee stroomt in langzame statigheid

 

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen                                                   Slauerhoff

Nooit vond ik ergens anders onderdak.

Wil ze mij nu nog leren, nog postuum belonen

en krijg ik ulevellen in een bruine zak?

 

Een warm en onverwacht verdriet,                                                           Vasalis

Eerbied voor de gewoonste dingen,

Neiging om hardop mee te zingen,

En dan te huilen om dit lied

Ontstond in mijn verwend gemoed.

 

Zij ziet mij aan, klaar voor een grande tour,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.                                           Nijhoff

O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.

Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

 

Marius