REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

woensdag 22 mei 2019

Maandzang april




REFREIN *
Als de poort van 't hof gaat sluiten,
rederijkers zich gaan uiten,
is de vreugde soms gemengd met nostalgie,
maar ook grenst het vaak aan euforie.

Wij gezellen varen samen uit,
daarvoor zijn we ook gezellen,
en al is het nog geen Blauwe Schuit,
we hebben steeds veel te vertellen.

De Kamerleden voeren graag het woord.
Een luist'rend oor komt echter ook van pas,
zodat wie spreekt door allen wordt gehoord,
gestimuleerd door het gevulde glas.

REFREIN

De factor spuit gedichten om zich heen,
dat lijkt de taak te zijn van deze gast,
hoewel ook van de and'ren menigeen
de Kamer met een prachtig rijm verrast.

De scriver laat zijn pen genadig zwieren,
en stuurt per mail getrouw een convocatie,
de week daarna gevolgd door de notulen,
wat samen overkomt als een tractatie.

REFREIN

De scriver is meteen ook de fiscaal,
hij trekt voor ons de financiële kar.
Dit doet hij efficiënt en amicaal;
hij zit niet op zijn pot als Warenar.

't Voornaamste aandeel echter heeft de Deken.
Met charme handelt zij de punten af,
houdt oog in 't zeil, laat het aan niets ontbreken.
De muts ligt thuis maar anders ging die zeker af!

Dit echter is één kant van het verhaal.
Belangrijk is vooral het samenzijn
Het draait uiteindelijk toch allemaal
om iedereen! Nog eenmaal het refrein:

REFREIN
Als de poort van 't hof gaat sluiten,
rederijkers zich gaan uiten,
is de vreugde soms gemengd met nostalgie,
maar ook grenst het vaak aan euforie.


* refrein op de melodie van ‘Als de klok van Arnemuiden’
                                   

factor Herman
 

woensdag 27 maart 2019

Maandzang maart



Tijd is een pijl die altijd voorwaarts gaat,
wetmatig snelt die op de toekomst af.
Wij mensen zijn geen meester van de tijd.
Wel hebben wij een klok die uren slaat,
seconden achterna rent in een draf,
hoewel dit niet tot tijdsaanpassing leidt
maar hooguit noopt tot groter volgzaamheid
en zo de mens verandert in een knecht,
die vastzit in de hokjes van de dag
en de minuten almaar agendeert.
En dan gelooft die slaaf ook nog oprecht
dat hij zijn eigen lot bepalen mag
en zo zijn kansen optimaliseert.

Niet altijd zag men tijd als lineair,
meer als een monster dat de mens verslond.
Het leven dat men leidde was precair,
sinds Vader Tijd zich met de Dood verbond
tot één verschrikkelijk, doordringend beeld
van een geraamte zwaaiend met een zeis.
Dit archetype levert het bewijs
dat iets aan ónze tijdsopvatting scheelt.
Technologie en wetenschap ten spijt
laat tijd zich niet licht schematiseren.
Het vacuüm waarin wij steeds verkeren
gaat onder orde schuil die ons misleidt.
Tijd vouwt zich uit in 't eindeloos heelal,
en toen en nu zijn meer als elastiek.
Wij echter denken louter numeriek,
verrekenen in jaren ons verval.
Bij velen echter komt ooit het moment
dat tijd een grote draai maakt naar 't verleden.
Dat krijgt meer licht en diepte dan het heden,
dat de vermoeide geest steeds minder kent.
En zo onttrekt de mens zich aan de duur.

Ook zijn er die het liefst zouden bewijzen
dat men naar vroeger tijd zou kunnen reizen.
Tot nu toe slechts gelukt in literatuur.
Het hoort bij onze menselijke natuur
de grenzen van 't bestaan te exploreren.
Maar Kronos heeft een kosmische structuur
waarin wij blijvend zullen bivakkeren.
Wat Asimov en Einstein ook beweren,
wij lijken erg op visjes in een kom;
wij hebben geen besef van bollend glas
dat eindeloos een kromming trekt rondom
ons onbetekenend en broos bestaan.
Misschien dat dít de grootste ontdekking was:
wij zijn niet meer dan druppels in een oceaan.
Als stipjes stof vervliegen we in tijd.

Maar tegelijk behoudt de geest het zicht,
zij het beperkt door onze eindigheid,
over hetgeen achter de einder ligt.
Ja, eeuw na eeuw strekt zich daarachter uit
waarvan wij menig spoor nog achterhalen,
archeologisch, ook nog als verhalen.
Behoeders van 't verleden kijken juist vooruit
door ook naar oude bronnen terug te keren.

Bij ons gezellen klinkt nog de traditie,
maar omgezet in hedendaagse klanken.
Ons haar is grijs maar mooi is de positie
waarin de Kamer steeds nog mag verkeren.
Waarvoor wij wijlen onze Keizer danken.

factor Herman, 15-3-19


Jan van Nijlen, De meester van de tijd
Panofsky, Iconologie
Wells, The Time Machine
Isaac Asimov schreef over tijdreizen


dinsdag 19 februari 2019

Maandzang februari: het cliché



Ik droomde dat ik bij de drukpers stond.
Hij bracht de inkt aan op de grote rol.
Het was de plek die ik het mooiste vond,
die hal waarin de klankenstorm aanzwol.

Het kwam door ’t kistje dat ik onlangs vond;
hij had het ooit gemaakt van restjes hout.
Daarin was, tussen schroef en moer en bout,
van vaders werk nog één restant gebleven:
in resten rommel lag een oud cliché.
Het zink waar lijnen schoentjes deden dansen,
liet vaag een oude lichtveeg glanzen
langs sporen ooit met inkt en zuur gedreven.
Eens zat het in een raam geklemd, met meer,
misschien als plaatjes in een sprookjesboek.
Nam hij alleen dit overblijfsel mee?
Maakte de tijd wat er nog restte zoek?
Over het raamwerk gleed hij keer op keer,
de rol met inkt: vermenigvuldiging.
Dankzij ’t cliché dansten de schoentjes door,
totdat de pers met ander zetsel verder ging.

Ook in de taal komt het geregeld voor:
herhaling van hetzelfde element.
Zo vaak heb je een schrijver die een woord
hanteert dat je al eerder hebt gehoord,
een beeld dat je uit ander werk al kent.
Misschien vind je de metafoor dan afgezaagd
en heb je liever dat de dichterspen
je met een splinternieuwe vondst behaagt?
Wil je het liefst de redevoering horen
van een beoefenaar der retoriek
die zinnen formuleert als nooit tevoren?

Indien we aandacht schenken aan topiek,
kijken we er toch anders tegenaan.
Men streeft wel naar originaliteit,
en geeft het nieuwbedachte woord ruim baan,
maar heeft ook oog voor wat sinds lang beklijft:
het in de tijd gemunte beeld dat blijft,
èn meebeweegt met het moderne leven.
Dus, wat men tegenwoordig mag beweren,
houd samen met de schrijver Gerard Reve
toch maar de oude vriend cliché in ere!

factor Herman, febr. 2019