REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

woensdag 16 oktober 2024

Maandzang oktober

 Wij rederijkers zijn altijd vol vuur

als het gaat om taal en om cultuur

en al zijn wij weinig in getale,

we hebben ruim genoeg verhalen.

Onze Kamer levert bovendien,

strikt vanuit de tijd gezien,

vanaf de start van Vreugdendal

in aantal levensjaren al met al

een respectabel groot getal.

Niet allen zijn wij bèta van nature,

rekenkundig reiken wij niet hoog.

Formules? Het zal onze tijd wel duren,

wij vinden algebra soms wel wat droog.

Toch, bij gedichten en in retoriek

zit er in een cijfer vaak muziek.

Dat leerden wij al van die oude Griek,

al lijkt die kennis nu verloren:

in de kringen van sterren en planeten,

hoort de sterveling hemelse koren.

Ooit heeft de mens daarvan geweten,

maar wie het wil kan het nog horen.

Ook in gedichten zit het getal,

denk aan het klinkdicht met zijn val

tussen het octaaf en het sextet,

8 en 4 dus;  wie dat heeft gered,

nou, dat die bij dezen weet:

zo een mens is waarlijk een poëet.

- Ook kinderpoëzie geeft veel plezier.

Een twee drie vier, hoedje van papier,

je komt hier en daar nogal wat tegen

Vijf, zes, zeven, acht en negen,

wie goed telt krijgt geen gemier.

Tientallen tot minstens honderd,

dat gaat meestal wonder boven wonder

heel erg goed maar het gedonder

begint bij delen. Breuken, ach daarvan

heeft het Turfschip wel geweten.

De wijsheid zat echt in de kan

toen de Kamer werd gespleten.

O, bij die gedachte word ik ziek.

Nee, dan liever de kabbalistiek.

O, het getal, o kosmische mystiek.

Voor ons geldt dan de twee en ook de drie.

Verbinding, samenwerking, dat is twee.

De drie sluit daarbij aan: het creatieve.

En daar kunnen wij wat mee.

Wij als Kamer hebben toch niets liever

dan elkaar van alles te vertellen.

Hoe graag plezieren wij alle gezellen.

Dat doen we deze avond vast ook weer.

 

PS De factor was inmiddels 56 keer

met de maandzang in de weer.

Help, denkt de Kamer, dat nooit meer!

Voel je je geroepen, solliciteer!

 

factor Herman

 

getalsmatige dichttip van Le Gueux:

 

Op een ree

 

Een ree bereidde voor de grap

gezeefde karnemelksepap.

Doch zelden zeefde deze ree

daar meer van dan een fles of twee

Zij sprak: “Ik kan er toch niet even

zo een twee drie vier vijf zes zeven!”

 

Kees Stip

 

 

 

 

 

 

maandag 23 september 2024

Maandzang september

Cultuur is voor die linksen uit de steden,

en dan, wat is cultuur nog in dit land?

Wat rekwisieten uit een ver verleden

of rare woorden in bizar verband.

Geef mij maar een BN’er op tv,

zo’n mooie meid die dat leuk presenteert.

En met een spreekkoor voel ik soms wel mee,

een beetje sarren is echt niet verkeerd.

Gelukkig hebben wij een kabinet

dat oog heeft voor de ware Nederlander.

Ten langen leste krijgt Jan met de Pet

in het Binnenhof een medestander,

iemand die glashard zegt waar het op staat,

schijt heeft aan al die Haagse pakken.

Die illegalen zetten we op straat,

om ze vervolgens uit het land te kwakken.

Bleek wordt de smoel van al die groen-profeten,

als ze beseffen dat niemand hen hoort.

Ze hebben al hun tijd aan slappe hap versleten,

nu gooit Den Haag hun studies overboord.

- Dit is de ruimte waarin ik wil leven,

de grenzen dicht, de koeien in de wei,

als het straks kan, dan rijd ik alle teven

met 130 overdag gewoon voorbij.

Hier ben ik thuis, dit is mijn land, mijn volk.

Wat ze ginder doen, zal mij om het even wezen.

Het is hier schoon, nergens een stikstofwolk.

- Laatst was er wel gedoe in het buurtcafé,

een pinnig wijf las daar gedichten voor,

geen rijmwoord heb ik in haar tekst gehoord,

dus wat ze ermee wilde, geen idee.

Wat ik, eerlijk gezegd, nu prefereer,

zijn de echte waarden van dit land:

in de file met mooi zomerweer

naar Zandvoort om te zonnen op een strand.

En ’s avonds thuis bier bij de BBQ,

en als cultuur een mooi programma toe.

 

Factor Herman

 

 

 

 

woensdag 17 juli 2024

Maandzang juli. Ode aan het archief

Na dagen van uitzonderlijke regen
genoot ik van de zomerzon.

Niet om meer nattigheid verlegen

vroeg ik me af hoe het toch kon

dat zomermaanden van weleer,

van weken winderig kamperen,

de tenten klam van vochtig weer,

zich nu opnieuw manifesteren.

Ik had een hittegolf verwacht,

alvast een airco laten installeren

en geen moment eraan gedacht

op zoek te gaan naar winterkleren.

In deze zomer zie ik geen muziek,

behalve die van druppels op de ramen.

Ik hoop dat u dit kunt beamen,

maar toch: vergeef me, hooggeacht publiek.

Ik ben van slag en enigszins ontdaan

en heb me daardoor laten gaan.

Want deze maandzang is een tikkie hypocriet.

Zo’n zomer doet mij nauwelijks verdriet,

want juist dan kan ik naar believen

een duik nemen in stoffige archieven.

Een tropisch zwembad hoef ik niet,

ik prefereer een kast vol nostalgie,

ik houd van planken, doorgebogen

door het gewicht van de dossiers.

O, als ik half vergane mappen zie,

raak ik van binnen diep bewogen

van wat ik daar zoal in lees.

Laat anderen maar slikken, zuipen, vozen,

geef mij de knipselmappen en de dozen.

De schimmel en het stof neem ik voor lief,

als ik een duik neem in een oud archief.

Er  gaat van alles  voor mij leven,

er valt licht op de dagen van weleer,

oude geschriften zeggen je steeds meer,

het heden raakt steeds meer verweven

met de dagelijkse tred van het verleden.

Denk dan aan het Begijnhof, jezus!

Wat men hier eeuwenlang bewaart,

is een feest voor archivaris dezes.

 

Nu u een ode aan archieven hoort,

vraagt u zich vast het een en ander af.

Is de factor van het pad, gestoord,

of vandaag gewoon een beetje maf?

Ach, ietwat gek moet je wel wezen

om maandelijks een zang te presenteren.

Het ergste hoeft u echter niet te vrezen,

dat durf ik met gerust hart te beweren.

De stem die u nu hoorde in dit lied,

welnu , dat was ditmaal de factor niet.

Ik liet vandaag een ander aan het woord

en daarmee is wat u zo-even heeft gehoord

de visie van een verzonnen personage,

met zijn eigen geestelijke bagage.

Verbeelding stelt de mens hiertoe in staat,

hoewel dat toch wat vlotter gaat

als in de persoon die je creëert

een fractie van jezelf terugkeert.

Uiteindelijk laat deze maandzang dus misschien

toch een ietsepietsie van de factor zien.

In deze Kamer kan het ook geen kwaad

als je wat van jezelf dóorschijnen laat.

We zijn immers tezamen om elkander te plezieren,

dat doen we op allerlei manieren!


                    factor Herman

vrijdag 21 juni 2024

Maandzang juni

Wij van het Turfschip treden in het spoor

van hen die lange tijd hiervoor

met woord en spel de tijd passeerden,

met rijm en strofenbouw jongleerden,

in eetzaal en taveerne bivakkeerden.

Met die traditie in gedachten

zou je vanavond weer verwachten

dat we ons aan dichterlijke vormen wijden.

Dat echter leggen wij voor nu terzijde,

we stellen ons iets anders voor.

Wat denk je van een parallel bestaan?

Bijvoorbeeld dat we hier de deur uitgaan,

het ros bestijgen, de Begijnhof door

en op de grote markt gaan paraderen,

gehuld in harnas of in gouddoorregen

uitbundig geborduurde kleren.

Ademloos bekijkt men deze pracht.

Verbeelding eindelijk aan de macht.

Of we varen er met Hollands vlag op uit,

doen zeeslagje met onze Blauwe Schuit.

We gooien alle tijden door elkaar,

wat fantasie leek , is nu zomaar waar.

We maken alles wat er is tot spel,

na enig kannenkijken lukt dat wel.

We fabriceren een realiteit.

Dat deden we in vroeger tijd

met intochten vol pracht en praal,

met magnifiek gebrachte spelen

in drankovergoten landjuwelen.

 

Wij als Turfschip missen zo’n festijn,

maar blijven trouw aan retoriek,

aan poëzie, we willen echt een Kamer zijn,

al treden we niet op ‘en plein publiek’.

We zijn nu in een technocratisch heden,

maar zien de lijn met het verleden.

Dat is er zeker, continuïteit,

mede behoed door het beleid

van onze trouwe Deken Terschueren

die het Turfschip ten allen tijde

de goede kant op wist te sturen

en klippen en rotsen kon vermijden.

Zorgzaam en met zorgvuldigheid

leidde zij ons lange tijd,

stak alle energie in onze zaak.

Soms was dat enerverend,

steeds was ze voor ons in de weer.

Humor en empathie waren typerend

voor haar opvatting van deze taak.

Node legt zij nu de hamer neer.

Lieve Deken, wat heb je veel gedaan.

En al heb je nu geen hamer meer,

we zien je graag nog heel veel keer.

 

Een maandzang is, dat is zojuist gebleken,

soms ook een ode, zij het in het klein.

Een lofdicht binnen perken mag het zijn:

wij loven het verschijnsel Deken.

Wij rederijkers zouden bij voortduring

richtingloos ten onder gaan,

ware er niet der Deken sturing.

Zeg het mij nu allen hardop na:

de Deken lof, hoera hoera hoera!

 

factor Herman

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

donderdag 23 mei 2024

Maandzang mei

Wij rederijkers hier genoegelijk bijeen

staan in traditie - maar slechts met één been.

Het andere been staat in de werkelijkheid,

want rederijkers zijn ook bij de tijd,

en vroeger kozen zij luidkeels positie

ten tijde van maatschappelijke transitie.

Ook ophef hoorde dus bij de traditie,

menig gezel verloor daarbij het leven.

Waar rederijkers echter ook naar streefden,

was vervolmaking van de klank, de vorm.

Ze gingen daarin ver, hun ijver was enorm,

ambitie leidde tot complexiteit.

Dat ging ten koste van de leesbaarheid.

Bij dezen wil ik echter toch poneren

dat wij van deze vorm-drift kunnen leren.

Een strakke vorm verschaft een sterk stramien,

waardoor de inhoud beter wordt gezien.

Maar ook de vorm moet binnen perken blijven,

men hoede zich ook hier voor overdrijven.

De meester toont zich altijd in beperking,

en die zorgt hier voor effectieve werking,

want houd je je aan regels bij het schrijven,

moet je zo’n beetje binnen lijntjes blijven,

dan kun je je volledig concentreren

op wat je in de kern wilt presenteren.

Tussen haakjes, wat ik hier vertel,

is theorie, een leerdicht lijkt het wel.

Misschien lijkt deze maandzang te ontsporen,

maar toch valt hier iets zinvols aan te horen,

denk maar aan de opdracht, het rondeel,

en ook de spreekbeurt past in dit geheel.

Met deze maandzang gaan we nu dus voort.

Je zoekt een treffend woord, je schuift, je wikt,

je haalt wat weg, en dan, opeens: het klikt!

Je krijgt cadeau wat je geenszins verwachtte:

wat op papier staat, dat zijn jouw gedachten.

 

Broeders en zusters hier bijeen, gezellen,

het is u helder wat ik wil vertellen.

Ik wijs je op de kracht van het formele,

de regels van het spel, de rituelen

die kaders bieden voor ons samenzijn,

zoals de stock, het rijm, bij  het refrein, [1]

de oude functies, nog bij ons in ere,

fiscaal en scrivere, factor en deken.

Hun waarde is gemunt en keer op keer

is het gebruiksplezier ervan gebleken.

Zulke tradities bieden ons een perk.

Dit speelveld voor expressie en creatie

zet kunstenaars en dichters aan tot werk

dat eenvoud combineert met kracht en gratie.

“Dit is de ruimte waarin ik wil klinken,

laat mij één avond in uw plassen blinken”,

regels die je bij Marsman vaak herleest.

Hoe simpel en hoe raak over het leven

is wat Bloem schreef, en ik citeer: “Het is even

tussen twee stilten luid geweest.”

Een ochtend, twee geliefden in de stad.

“De toren speelde – en ’t was of alles had

de tere kleur en klank van ’t vreemd bewogen

zwijgende leven van je glanzende ogen.”

Martinus Nijhoff heeft dit vers geschreven,

en zo eenvoudig als het hier nu staat,

het is iets wat niet zonder de traditie gaat.

Quod erat demonstrandum, dames en heren.

Laten wij ons nu tot de agenda keren.

 

Factor Herman



[1] de term ‘stock’ betreft de telkens herhaalde regel(s) in het rederijkers-refrein

 

woensdag 17 april 2024

Maandzang april



 

 

Hoe de middeleeuwse troubadours

bij het bezingen van hun vrouwe

zich door de vogels lieten inspireren,

dat maakt mij enigszins jaloers,

want de natuur is niet de oude.

Hoezeer wij vogel, vlinder, bloem

ook welgemeend mogen waarderen,

hun lot is nauwelijks te keren,

op vele soorten rust een doem.

De lentezon die ons in warmte hult,

toont ook ontregeling, er is

met de natuur iets grondig mis.

Het blijft niet bij natuur alleen,

de Kamer zelf is van gepeins vervuld:

een trouw gezel ging van ons heen.

 

Zonder dit alles te verdringen

wil deze maandzang nu bezingen

wat passend is bij het seizoen

en zinvol wordt gesymboliseerd

in het ontwerp van ons blazoen.

Opvallend is daarin het groen,

de kleur die zich manifesteert,

uitbundig, in de wereld om ons heen.

De kleur die wijst op vruchtbaarheid,

dat sterven steeds toch tot vernieuwing leidt.

Maar groen wijst ook op jaloezie, bederf,

al doet dat voor de Kamer niet ter zake.

Zoals uit kale grond het prille groen oprijst,

zo weet het Turfschip, al zo vaak in nood,

toch steeds weer vaart te maken.

We maken het weer mee: man overboord.

Herinneringen zijn onze scheepslijnen

en weemoed is voor ons de kapitein,

zo varen we naar nieuwe einders voort.

 

Daarnaast kleurt ons blazoen zich rood,

de warme kleur van enthousiasme,

van de uitbottende vitaliteit,

van al wat zich aan kracht optaste

zijn energie diep in de grond bewaart

en dan tevoorschijn komt in maart.

Rood is de kleur ook van het bloed,

hoe cynisch het ook wordt verknoeid

in de waan van slagveld en van strijd.

Wij rederijkers zijn niet van het staal,

en je kunt ook niet beweren

dat wij bezeten zijn van oorlogstaal.

Maar wat wij juist wel sterk waarderen

is de kunst de dingen om te keren,

de wellevenskunst van het relativeren.

Ons denken moge verre zijn van star,

daarom toont ons blazoen de nar.

Vooruit, turfschip, kies het ruime sop.

Intussen zet de nar, zoals het hoort,

alle dingen listig op hun kop.

Alles heeft een randje, net als het blazoen,

daar moeten we het maar mee doen.

Vreugde zoekend in het woord

vaart het Turfschip moedig voort!

 

factor Herman