De rederijkers
deelden ooit hun poëzie
bij voorkeur in
per categorie, met name deze drie:
boertig,[i]
amoureus, aandachtig[ii]
werden onderscheiden.
Ook Bredero liet
zich nog hierdoor leiden
toen hij zijn
grote Liedboek voorbereidde.
Nu leven
rederijkers in heel andere tijden,
al kan men
Bredero nog steeds appreciëren,
wat ook geldt
voor zijn leus “Het kan verkeren”.
Hoe zou juist
deze Bredero op onze zitting reageren?
De Kamer wordt
niet meer geleid door heren,
alles is anders:
kleding, kapsels en ook nog de taal.
Boertig,
aandachtig, wat zou het allemaal,
zulke verschillen
maken nu veel minder uit.
Bredero, hij wist
niet wat hij zag, in onze zaal.
Maar, waarde
gezellen, denk nu juist vooruit,
bijvoorbeeld met
een jaar of tien.
Een factor heb je
dan niet meer, misschien,
eerder een agent
die opdrachten genereert, [iii]
een algoritme dat
de maandzang produceert,
een app die
convocaties formuleert.
Wat zouden wij
verbaasd naar zoiets kijken,
net zo bizar als
Bredero ons nu zou vinden.
Nog mag dit
toekomstbeeld je onzin lijken,
maar laat je niet
door nostalgie verblinden,
gezien wat
ICT-giganten al bereiken.
Ieder vindt
zichzelf een beetje een genie,
maar echte
denkkracht komt alleen nog van AI.
Wat is er straks
nog fijner voor ons brein
dan op AI en
Google ingeplugd te zijn?
Het menselijk inzicht,
dat verliest terrein,
in wezen is de
geest
er al geweest.
Straks zitten wij
elkaar hier aan te kijken
als met
circuitjes volgepropte figuranten.
Terwijl de
superrijken zich verrijken,
verliezen wij het
zicht aan alle kanten
en gaan wij op in
ademloos gebed
tot de Heersers
van het internet.
Neem je
dichtkunst en retoriek nog serieus?
Culturele
hoogtes? An me neus.
Zijn gedichten
komisch, vroom of amoureus,
voor de agents
maakt dat allemaal niet uit.
Wil je een
rondeel, sonnet of een refrein,
iets van een
nieuwe lente en een nieuw geluid,
moet het
lieflijk, romantisch of sarcastisch zijn,
het wordt
geleverd binnen een seconde,
oh, wat AI
vermag, het is een wonder!
Maar - je kunt me meer vertellen,
factor dezes
hoopt dat de gezellen
niet slechts op
techniek vertrouwen,
de ware
rederijkerskunst in ere houden
in het voetspoor
van de Keijzer treden,
uitgaan van de
menselijke intuïtie
met oog voor
toekomst en traditie,
respectvol
blijven voor het verleden
en dat
samenbrengen met het heden.
Laat de Kamer door
mensen leiden,
lang leve de
menselijke maat,
laat ons de
creativiteit belijden,
volg de geest
waarheen die gaat,
en laat ons
vooral elkaar plezieren
vol vreugde op
alle manieren.
Mocht er ooit een
reden zijn geweest
om de kan gevuld
te laten staan,
dat zal vanavond
echt niet gaan,
want vanavond is
er reden tot feest:
een nieuwe gezel
treedt heden aan.
Er is niets wat
deze traditie doet wijken:
het wordt
vanavond kannenkijken!
factor Herman,
juni 2026