REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

donderdag 20 maart 2025

Maandzang maart 2025

De vogels fluiten deze dagen meer en meer,

ik hoor het in de Catharinastraat

- het hoogste lied, het overstemt verkeer

dat brommend langs de Singel gaat.

De werkdag eindigt en men haast zich voort

op door de auto overheerste wegen,

terwijl mijn rijwiel inhoudt bij de poort.

De oude deuren staan nog gastvrij open,

al houdt de drempel e-bikes liever tegen.

Nu stap ik af, hier kan ik beter lopen,

waar de tijd heeft stilgestaan,

en rustig langs de kleine huizen gaan,

denkend of het vandaag mag zijn,

nu ik mijn tijd loop te verdromen:

oog in oog te staan met een begijn.

Veel volk is echter niet te zien,

een enkeling, verdwaald misschien.

Een vreemde jongen spreekt me aan.          

Bij de schouders steekt zijn mantel uit,

alsof er een begin van vleugels was.

Zijn stem heeft een hoog, ijl geluid

een klank geblazen als van glas.

“Weet u welke hof u heeft betreden?”

vraagt hij. Voor mij een open deur

maar liever stel ik deze vogel niet teleur

en ik verzin: “Wie weet de Hof van Eden.”

“Dat is,” zegt hij dan, “ oude meuk, meneer,

ik zou wat minder overdrijven.

U bent misschien nog van de oude leer,

maar zelfs van Onze Lieve Heer

mag u gerust op beide voeten blijven.

Dat neemt niet weg dat dit gewis

een heel bijzonder plekje is.

Geen aardse macht die hier de scepter zwaait,

geen sponsor die de kas leeg-graait,

geen die het gras voor onze voet wegmaait,

geen die de feiten redeloos verdraait.

Waar zielen duister worden als de nacht,

heerst hier het licht dat rede bracht,

komt hier de geest waarlijk tot rust,

ontwaakt bewustzijn, eerst in slaap gesust,

verdoofd tot in vergetelheid,

nu het hier geestrijk wakker wordt gekust.

Deze plek nu, midden in de stad

bevat het beste wat Breda ooit heeft gehad.

In een zaaltje aan de achterkant,

is dikwijls iets bijzonders aan de hand.

Daar is men elke maand weer bij elkaar

voor hoger culturele waarde.

Ik zeg u nu, wees wijs, voorwaar,

dat is uw plek, u hoort echt daar!”

Ik sla de handen voor mijn ogen,

door deze woorden diep bewogen.

Weer kijk ik maar de vogel is gevlogen.

Ik vraag me af wie hij toch is geweest,

een Hermes, bode vanuit hoger sferen?

Wie weet zal het zich hier manifesteren,

blijkbaar in dat zaaltje achteraan,

waar woord en kunstzin samengaan:

het lichten van de creatieve geest,

sinds lang verbonden met Europa’s lot. [i]

Nog zweverig van die gedachten

zet ik nu traag mijn fiets op slot,

ga op een bankje zitten wachten.

 

                        factor Herman



[i] ‘zolang de europese wereld leeft (….) / ruist hier de bron, zweeft boven déze zee / het lichten van den creatieven geest.’ Marsman, Tempel en Kruis

 

donderdag 20 februari 2025

Maandzang februari 2025

 Dag Vrienden!

Geen van ons is een begijn

maar dat wij samenkomen in dit hof,

daarvoor heeft jullie Factor niets dan lof:

dit is een ambiance naar ons hart,

dit is een plek waar wij graag samen zijn.

Al blijft de service hier soms in gebreke,

een zitting in de kou maakt ons gehard.

Het Turfschip blijft niet in een klaagzang steken.

De tijd vliegt immers om voor de gezellen.

De tijd lijkt als wij hier zijn te versnellen.

Heeft Vader Tijd bij ons zijn eigen streken?

Juist dàt wil deze maandzang aan de orde stellen.


De Tijd met vleugels, een oud fenomeen,

vliegt al snel voorbij juist dat moment

dat je levensloop ten gunste had gewend. [i]

Pijlsnel gaan wij door de jaren heen,

hoewel een mens ook stilstand kent.

De goden echter kenden absoluut geen tijd,

ze leefden tijdloos in hun eeuwigheid.

Dat weten wij uit mythische verhalen.

Zie hoe hun Hermes over landen glijdt

op zijn gevleugelde sandalen,

ongelofelijk hoe snel dat gaat.

Vanuit Olympisch perspectief gezien,

is een eeuw gelijk aan een minuut of tien.  

Een atoomklok kan nu tijd bepalen,

nauwkeurigheid tot in het kwadraat.

Bij de moderne Olympische Spelen

kan een fractie van tijd nogal wat schelen.

Voor wie in een Formule I-kar rijdt

is er nog geen seconde respijt.

Maar geen natuurwet die niet zwicht

voor de snelheid van het licht.

Al is de mens dan nog zo snel

de lichtstraal achterhaalt hem wel.

We zijn wel goed in fantaseren,

dat we naar de sterren reizend

bliksemsnel wormgaten passeren,

maar wie nadenkt is wel wijzer.

De mens als meester van de tijd

zou heersen over jaargetijde en natuur,

van noodlot en getob bevrijd.

Het dichtershart kan zoiets wel bereiken

in het besef dat dit niet lang kan duren. [ii]

Mochten wij ook graag verkeren

in Parnassus’ hoger sferen,

de werkelijkheid van alledag

zou zich tegen ons gaan keren.

Hoe snel de mensheid vliegen mag,

je kan toch niet beweren

dat je van Breda uit met de trein

snel in Rotterdam kan zijn.

Want hoe dichter bij Dord

hoe rotter het wordt.

Ach, tijd is relatief,

beleef de stilstand positief.+

Wie onze Kamer binnentreedt

laat elke wens tot  snelheid gaan,

beseft van vertraging de waarde

want de rederijker weet

dat je bij het goede der aarde

soms even stil moet staan.

 

 

                   Factor Herman

 

 

 



[i] Kairos  / Opportunitas als aspect van Vadertje Tijd

[ii] Jan van Nijlen, De meester van de tijd

woensdag 22 januari 2025

Maandzang januari 2025

In de aanloop van dit nieuwe jaar,

voor het eerst weer bij elkaar,

zijn wij aan het converseren,

laten wij het jaar passeren.

Woorden vliegen badinerend

waar gezellen redenerend

en elkaar desnoods wat lerend

op hun eruditie terend,

wachten op het potverteren

dat men na verbaal verkeren

en kunstzinnig balanceren

vast en zeker kan waarderen.

En, u weet dit allemaal,

hierbij staat het woord centraal.

Maar juist dat kan nog verkeren

met de hype van juist heel andere taal.

Al lange tijd bestaat het stripverhaal.

Mede beoefend door onze Keizer,

al deed hij het wel aanzienlijk wijzer. [i]

Het woord is in de strip slechts marginaal,

en zo begon de opmars van het beeld.

Hoezo, opmars, werpt u hier iets tegen?

We merken het toch allerwegen?!

Wat denkt u bijvoorbeeld van corresponderen?

Schrijven werd appen, het liefst met icoontjes.

Minder en minder kan men teksten waarderen,

kijken naar schermen is het nieuwe normaal,

al voor peuters is dat gewoontjes.

Erasmus schreef brieven, Huygens en Hooft,

zij hadden hun eigen ogen niet geloofd

als ze symbooltjes hadden waargenomen

die in onze telefoons langskomen.

Correspondentie tot beeld gecondenseerd:

hartjes, duimpjes, smileys met lach of traan.

Via beeld wordt er gecommuniceerd.

Dat biedt toch ook wel perspectief,

want wie de dichtkunst bemint

neemt het beeldgebruik voor lief.

Neem het gebruik van metaforen,

u treft ze aan in proza en poëzie

maar kunt ze ook in menig rede horen.

En wat denkt u van metonymie,

of synesthesie of asyndeton

en dan ook personificatie.

Het zijn alle manifestaties

van wat er van oudsher kon.

Wat we ons nu realiseren:

het beeld valt niet te keren.

Lieten beelden zich talig uiten,

nu treedt het beeld an sich naar buiten.

Onze beeldcultuur was op het woord gebaseerd,

maar heeft zich binnenstebuiten gekeerd.

We kijken nu tegen beelden aan:

in tijden van digitale revolutie

is er een visuele evolutie.

Maar waar haalt men die beelden vandaan?

Er is een beeldcultuur geformeerd,

maar het woord heeft het beeld gecreëerd.

Zo blijven we hier de woorden vieren,

samen, als gezellen, op allerlei manieren.


factor Herman

 

 

 

 



[i]  Het geheim van het gerijm

woensdag 18 december 2024

Maandzang november 2024

 Als je, komend van de Catharinastraat,

de poort van het Begijnhof binnengaat,

lijkt het of de tijd stilstaat,

of alleen dit stille hof bestaat.

Tijd is een merkwaardig fenomeen.

Soms raakt een dag zomaar verloren,

soms gaan uren veel te snel;

dat besef kent menigeen.

Tijd zit mogelijk alleen

in ons hoofd, “tussen de oren”.

Als wij rederijkers samen zijn,

vliegt de tijd tussen de vingers door.

Maar heb je het niet naar je zin

dan zit er echt geen tempo in

en sleept de aandacht zich maar voort.

Zoals het een leerling soms vergaat

in een duf en troosteloos lokaal

waar de man die daar vooraan staat,

elke kans op afleiding vermijdend,

doorgaat met een eindeloos verhaal.

Kennis is geweldig maar zoooo saai.

Buiten wenkt de voorjaarszon verleidend,

maar de tijd is stug, onwrikbaar, taai,

stelt het einde van de schooldag uit,

ook al is het echt genoeg geweest

en zie je school niet als een feest.

Zo’n dag duurt uren, uren, uren.

Maar gaat dan toch de laatste bel,

dan legt de tijd je in de luren,

want opeens gaat alles snel,

alsof de dag niet kort genoeg kan duren.

Het is met Tijd maar raar gesteld.

Hij gaat voorbij, zoveel staat vast,

ook als je geen minuten telt.

Laat onze astronomen maar beweren

dat we heel goed kunnen registeren

hoeveel tijd er is verstreken

sinds het sterrenlicht begon

met de reis naar onze streken,

toch ervaren wij als leken

deze rekenwijze soms als krom,

omdat wij het liefste denken

aan sterren die naar ons persoonlijk wenken.

Krom was het toch al, Einstein voorop,

de buiging van het licht in het heelal,

het zet je denken op zijn kop.

Erg relatief, ja, dat is zeker het geval.

Gaan verloren uren nergens heen?

Alle verwarring hier ten spijt,

voor factor dezes wordt het nu wel tijd

een andere dimensie aan te kaarten,

van het hier bezongen fenomeen.

Tijd is een factor van ritmiek,

een onderdeel van dichtkunst en muziek.

We hebben allen immers in de gaten,

dat tempoloos geen lied kan klinken,

zoals wordt vastgelegd in maten,

wat evenzeer geldt voor de poëzie.

Daar heb je ook antimetrie,

zodat de snelheid ook kan variëren.

Tempo en tijd moet je waarderen,

dat blijkt bij menig muzikaal genie.

 

Bezie mijn lied hier als een kleine reis

door de krochten van de tijd.

Misschien maakte ik me dingen wijs,

heeft dit gedicht tot niets geleid,

was het niet meer dan een beslag op tijd.

Maar toch, wie het Begijnhof kent,

is aan het stilstaan van de dag gewend.

Mochten wij  gezellen weer bereiken

dat de tijd die onze zitting doet verstrijken,

bijdraagt aan ons welzijn, de cultuur,

dan is mijn vreugde niet van korte duur.

Ik dank u allen voor de tijd die is genomen

om deze factor aan het woord te laten komen.

 

                        Herman

woensdag 16 oktober 2024

Maandzang oktober

 Wij rederijkers zijn altijd vol vuur

als het gaat om taal en om cultuur

en al zijn wij weinig in getale,

we hebben ruim genoeg verhalen.

Onze Kamer levert bovendien,

strikt vanuit de tijd gezien,

vanaf de start van Vreugdendal

in aantal levensjaren al met al

een respectabel groot getal.

Niet allen zijn wij bèta van nature,

rekenkundig reiken wij niet hoog.

Formules? Het zal onze tijd wel duren,

wij vinden algebra soms wel wat droog.

Toch, bij gedichten en in retoriek

zit er in een cijfer vaak muziek.

Dat leerden wij al van die oude Griek,

al lijkt die kennis nu verloren:

in de kringen van sterren en planeten,

hoort de sterveling hemelse koren.

Ooit heeft de mens daarvan geweten,

maar wie het wil kan het nog horen.

Ook in gedichten zit het getal,

denk aan het klinkdicht met zijn val

tussen het octaaf en het sextet,

8 en 4 dus;  wie dat heeft gered,

nou, dat die bij dezen weet:

zo een mens is waarlijk een poëet.

- Ook kinderpoëzie geeft veel plezier.

Een twee drie vier, hoedje van papier,

je komt hier en daar nogal wat tegen

Vijf, zes, zeven, acht en negen,

wie goed telt krijgt geen gemier.

Tientallen tot minstens honderd,

dat gaat meestal wonder boven wonder

heel erg goed maar het gedonder

begint bij delen. Breuken, ach daarvan

heeft het Turfschip wel geweten.

De wijsheid zat echt in de kan

toen de Kamer werd gespleten.

O, bij die gedachte word ik ziek.

Nee, dan liever de kabbalistiek.

O, het getal, o kosmische mystiek.

Voor ons geldt dan de twee en ook de drie.

Verbinding, samenwerking, dat is twee.

De drie sluit daarbij aan: het creatieve.

En daar kunnen wij wat mee.

Wij als Kamer hebben toch niets liever

dan elkaar van alles te vertellen.

Hoe graag plezieren wij alle gezellen.

Dat doen we deze avond vast ook weer.

 

PS De factor was inmiddels 56 keer

met de maandzang in de weer.

Help, denkt de Kamer, dat nooit meer!

Voel je je geroepen, solliciteer!

 

factor Herman

 

getalsmatige dichttip van Le Gueux:

 

Op een ree

 

Een ree bereidde voor de grap

gezeefde karnemelksepap.

Doch zelden zeefde deze ree

daar meer van dan een fles of twee

Zij sprak: “Ik kan er toch niet even

zo een twee drie vier vijf zes zeven!”

 

Kees Stip