Rederijkers Breda
Blog van de rederijkerskamer Het Turfschip van Adriaen van Bergen, voortzetting van Vreugdendal, te Breda
REDERIJK
Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dit geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..
zaterdag 20 december 2025
Kerstmaandzang
donderdag 20 november 2025
Maandzang november
een rederijker
kan zowel een M zijn als een V.
Voor het gemak is
het hier steeds een HIJ,
wat je dus moet
lezen als een HIJ OF ZIJ.
Een rederijker
kan, zoals ik het zie,
niet buiten taal,
niet buiten poëzie.
Een rederijker
zou toch snel verkwijnen
zonder rondelen,
acrostichons, refreinen
en volgens mij
bedankt een rederijker snel
voor een zitting
zonder klankenspel.
Voor binnenrijm
draait hij zijn hand niet om,
voor dubbelrijm
ligt hij geen uren krom
en hij kan ook nog wel met gratie
uit de voeten
met alliteratie.
Distichon en
terzine vindt hij altijd fijn,
al gaat hij ook
akkoord met een kwatrijn.
Het bovengenoemde
laat niet onverlet
dat hij ook zijn
weg weet in het sonnet,
iets wat hij
zonder moeite componeert,
althans, dat is
wat hij beweert
na een avond
kannekijken,
al zou dat
onwaarschijnlijk lijken.
Leest u het
bovenstaande meer als persiflage?
Een rederijker
heeft toch andere bagage,
hij heeft toch
meerder noten op zijn zang?
Er zijn toch
meerder zaken van belang?
Maar laten wij
ons hier voor het gemak
even beperken tot
het dichtersvak.
Naast
rijmschema’s, versvorm en metriek
draait het ook
bij dichtkunst om thematiek.
Gaat het
rederijkers soms om de vorm,
spelen met taal
is niet altijd de norm.
Wat de rederijker
echt verwacht
is poëzie met zeggingskracht,
want ook al wordt
hij door cultuur gedreven,
hij staat midden
in het echte leven
en heeft dit
altijd al gedaan
zolang er Kamers
hebben bestaan
in Vlaanderen en
Nederland.
Qua vorm is deze
maandzang nonchalant,
de factor schuift
perfectiedrift terzijde
om zich ditmaal
geheel te kunnen wijden
aan een aspect dat
we moeten belichten:
het gaat om de
inhoud, ook bij gedichten
Vanavond is dan
ook de norm:
het gaat om de
vent en dan pas de vorm.
maandag 27 oktober 2025
Maandzang oktober, waarin met een boom wordt gesproken
Iets kleins
ontwikkelt zich in de natuur
soms tot iets
groots, als het de tijd maar krijgt,
ontkomend aan wat
beesten doen, of mensen.
Vooral de mens,
die vaak wat groeit bedreigt,
geen last
ervarend van morele grenzen,
noch van fysieke
weerstand, nu techniek
een handje helpt,
steeds meer geavanceerd,
de mens dus, die zo
vaak de groei verziekt.
Maar deze eikel,
goed gecamoufleerd,
heeft zich
vanonder mos en dorrend blad
van prille spriet
ontwikkeld tot een stam,
zo hoog dat hij
na jaren groei uitkwam
boven de daken
van de binnenstad.
Jaar in jaar uit
staat hij daar eik te wezen.
Zijn takken
werpen schaduw op het hof,
waar nu toeristen
social media lezen;
ooit zongen de
begijnen daar het lof,
lang voordat onze
eikel was geland.
Maar toch, de eik
staat hier al lang genoeg
in het park, weet
van de hoed en van de rand.
Toen ik hem naar
zijn wedervaren vroeg
verhaalde hij van
wat hij langs zag komen,
welk volk hij
door de poort zag gaan.
Backpackers zag
hij wazig zitten dromen,
en jonge vrouwen
bij de huisjes staan.
Vaak knielde
iemand bij de kruidentuin,
een ander zag je
soms een kruisje slaan.
- Vanaf pakweg
een jaar of tien geleden
viel het hem op
dat elke maand één keer
bejaarden op hun
fietsen binnenreden
en achteraan
verdwenen in een zaal.
Ze waren daar een
paar uur in de weer,
met iets
onduidelijks, het klonk naar taal
van voor de tijd
dat hij begon als eikje.
Ik denk, zei ik,
dat ik die mensen ken,
ze houden net als
ik van rederijken
en ik geef
volmonds toe: ik hoor bij hen.
Maar “bejaarden”
wens ik niet te horen
het zijn niet
uitsluitend senioren
die het
rederijken kan bekoren,
de kunst om
woorden tot iets moois te weven.
Een mens zijn
lust dat is een mens zijn leven,
peinsde de eik
tussen zijn vallend blad.
Ik zou geen cent
voor zulke hobby’s geven,
ik heb als boom het
altijd goed gehad,
aan lucht en
water nooit tekort gekregen,
tevreden met de
zon en met wat regen.
Ach, met zo
weinig is geen mens tevreden.
- De stem viel
weg. Waar was de eik gebleven?
Onmerkbaar was ik
van de bank gegleden.
In de oktoberzon
in slaap geraakt,
had ik mijzelf
van alles wijsgemaakt,
ik had geloof ik
met een eik gepraat,
naast het
Begijnhof. Alsof bomen spreken.
Terwijl twee
wandelaars argwanend keken,
hees ik mij overeind,
pen en papier,
die vond ik op de
keitjes waar ze lagen.
Ik zou zo
dadelijk een zang voordragen,
o jee, ik had
niet meer dan een kwartier
voordat de zaal
hier vol zou stromen.
Vooruit, dan maar
een maandzang over bomen.
factor Herman
donderdag 18 september 2025
Maandzang september 2025, waarin afscheid wordt genomen
Nothing
remains (David Bowie, Sunday, 2002)
Een late
zomerochtend, naar het leek.
Ontwaken met het
zonlicht in het raam,
ontbijt op het
terras. Maar toen ik keek,
inmiddels beter
bij mijn positieven,
zag ik in het
westen zwarte wolken gaan.
Wel, wel, dacht
ik, daar komt de herfst al aan.
Natuur is altijd
meer op zijn qui vive:
het was voorspeld
door struiken en door bomen
(ze lieten reeds
hun eerste blad verkleuren)
dat er al snel
een guurder tijd zou komen.
Nazomerwarmte
eerst, nu najaarsgeuren.
Wind ritselt in
de takken; appels, peren
beginnen in het
gras al te vergaan.
Seizoenen komen
en seizoenen keren,
die mooie zomer
is nu wel gedaan.
Is het geen trui,
dan regenjas, voortaan.
Straks valt het
blad, een pracht van geel en rood
zal zichtbaar
worden op de kronkelpaadjes,
waar de
romanticus op stilte hoopt
ondanks het
ritselen van dorre blaadjes.
Alles wat
bloeide, ach, het valt uiteen.
De buitenwereld,
vol melancholie,
staat in het
teken van vertrek, verlies.
Als ook de
schreeuw van buizerds is verdwenen
en ik geen mus of
luistervink nog zie,
dan wordt het
tijd dat ik het centrum kies,
waar lage zon een
winkelraam doet blinken,
waar achter ramen
licht begint te schijnen,
waar trams en
scooters en sirenes klinken,
waar rokers op
terrassen biertjes drinken.
Voorlopig keer ik
de natuur de rug toe.
Het hijgend hert,
ach heus, ik ben zijn vlucht moe.
Toch, voor mijn
eerste teug denk ik nog vlug:
niets blijft maar
alles keert terug.
factor Herman
woensdag 16 juli 2025
Maandzang juli 2025
loopt langs de
kruidentuin en open ramen
menig gezel voor onze
avond samen.
In steeds
dezelfde, nogal oude zaal
klinkt telkens
weer een nieuw verhaal.
Al was het lot
der Kamer soms dramatisch
leidde
verdeeldheid ooit tot scheiding,
het samenzijn
bleef qua locatie statisch,
al wijzigden de
inhoud en de leiding.
Maar wat zegt
‘statisch’ nog in dit verband?
Is het iets
negatiefs: stilstand?
Voor ons,
gezellen, is het zonneklaar:
de plek mag
steeds hetzelfde zijn, maar:
wat we doen is
vol van dynamiek,
de woorden
sprankelen als was het muziek,
het maakt dat wij
ons altijd amuseren,
en ook nog kennis
absorberen
en elkaar steeds
meer waarderen.
Dynamisch zijn
we, zeker weten.
De etymologie van
‘dynamiek’,
dat zeggen alle
exegeten,
verwijst naar kracht,
vanuit het Grieks,
en zoals je al
wel had verwacht,
beweging is de uitwerking van kracht.
Zo wordt de bal
bewogen door de hand,
de spanning van
de pees laat pijlen gaan,
de golfslag
brengt het water naar het strand,
getijden volgen
het bewegen van de maan.
Zonder beweging
zou er niets bestaan,
geen branding en
geen eb of vloed.
Geen zon zou er
nog op- of ondergaan,
de aarde draaide
niet meer om zijn as,
en de planeten
liepen alle vast.
Beweging is er
ook van het gemoed,
soms zijn wij
ergens door bewogen.
En ook wel laten
wij ons motiveren
door wat wij zien
als ideaal of doel,
of zelfs door wat
politici beweren.
Motiveren is het
bewegen van de geest;
ook dat bewegen
kent causaliteit.
Het is altijd al zo
geweest
dat krachtig
spreken tot beweging leidt,
dikwijls tot
schade van de menselijkheid,
soms echter tot
verheffing van de geest.
Het woord motief
kom je dikwijls tegen
als
‘beweegreden’, dus reden tot bewegen.
Motief is
ook een literair gegeven,
het zorgt voor
voortgang in het verhaal,
is met de
thematiek verweven.
De herkomst ligt
in de Latijnse taal:
bewegen, in
beweging zetten, dus: movere.
Een woord, waard
om te bestuderen.
Een motor
brengt beweging voort.
Een motie
brengt beweging in het parlement.
‘Bewegen’ zelf is
ook zo’n woord,
je denkt dat je
het al uitputtend kent,
totdat je bladert
in iets als Van Dale
om er de herkomst
van te achterhalen.
Zo kom je dan het
oude WEGEN tegen,
dat is: verplaatsen,
ook wel dragen.
En BE geeft er
net dat zetje aan
dat een en ander
doet ‘be-wegen’.
Is wat bewogen
is dan ook echt weg?
Hier raak ik
bijna van de leg:
WEG is weer een
ander verhaal.
Door verhalen
laat ik me bewegen.
Beweging zit ook
in symfonisch werk,
bewegingen zat
ook in de kerk.
- Maar wat bewoog
uw factor heden ten dage
om u met deze
woorden te belagen?
Ach, ik wens dat
u in dit gedicht
de beweging ziet
die ook het licht
maakt van de
prille dageraad
totdat de zon in
het westen ondergaat.
Het licht dat
rederijkers inspireert,
het licht dat
door de regels schijnt,
dat neergang, nacht,
relativeert,
het licht dat
onze redding is geweest
en nog zal zijn:
“de creatieve geest”. [i]
factor Herman
donderdag 19 juni 2025
Afscheid van Nettie
Op 17 juni nam ons trouwe lid en voormalig deken Nettie Verschuren afscheid van ons. Dat stond ook centraal in de dichterlijke inbreng van deze avond.
AFSCHEIDSKLEINTJE VOOR NETTIE
bij haar vertrek uit het Turfschip
’t Turfschip is in alle staten
Nettie Echt gaat ons verlaten.
Ooit gewoon één der gezellen
tot kanker Keizer Frans zou vellen
en, dat had je nooit verwacht,
hij jou vroeg als invalkracht;
’t heette “slechts voor korte tijd”
maar het werd een eeuwigheid.
Met gouden hart en houten hamer
domineerde jij de kamer.
Klein van stuk maar groot in daden,
liefdevol en vastberaden,
zorgde jij als moederkloek.
Toch valt nu voor jou het doek.
’s Kamers toekomst, dat blijft gissen.
Node zullen we je missen.
Hoe dan ook, houd goede moed
Lieve mens, het ga je goed!
Annèt Rookmaaker
Maandzang
juni 2025
De derde dinsdag van de maand is het moment
dat wij gezellen door de poort naar binnengaan
van het hof dat iedereen in het Bredase kent,
naar achter lopen, waar de fietsen blijven staan,
en dan verdwijnen in een zaal, waar wij tezamen
ons in de rederijkerij bekwamen,
hetgeen wij al beoefenen sinds 15 jaar.
Want zolang zijn we maandelijks bij elkaar,
ter lering maar vooral voor ons plezier.
Hoor bijvoorbeeld hoe Elsschot klinkt
in de voordracht van Joop van de Blink.
Opeens klinkt er spontaan een prachtig duet
gezongen door Marius en door Annèt.
Wil je meer horen van de Ballade des pendues,
voor Bart is dat simpel een déjà vu .
En voordat we starten met potverteren
houdt Nettie de Heilige Helena in ere.
Dàt had van ons allen nog lang mogen duren,
maar de Kamer moet voort zonder Nettie Verschuren,
(allen) de Kamer moet voort zonder Nettie Verschuren.
Het hierboven vermelde vijftienjarig bestaan
was zonder Nettie heel anders gegaan.
Steeds had zij haar inbreng, fris en fruitig,
in alle schakering tussen ondeugend en guitig.
In haar tijd als deken is haar inzet gebleken,
zorgvuldig bereidde ze zittingen voor.
Met dit soort lof kan ik nog wel door,
de tijd die ze erin stak, het was genereus,
van de oprichtingstijd tot in het heden.
Maar vergeet niet de bijdragen van andere leden,
vergeet niet de Stipjes van Bas de Geus,
steeds weer een vondst, hoe houdt hij het vol.
Vergeet niet de daadkracht van Leonie van de Pol,
zij houdt het Turfschip op koers, met deken Annèt.
En wat voegt Marius niet toe aan onze traditie
met zijn kunstreflexies en zijn eruditie.
En last but not least kwam bij ons Jeanette,
als gezel binnen no time onmisbaar gebleken.
Dit alles laat echter toch niet onverlet
(ach, een traan belet factor dezes het spreken)
dat ons binnenkort één persoon gaat ontbreken.
Het had van ons allen nog lang mogen duren,
maar de Kamer moet voort zonder Nettie Verschuren,
(allen) de Kamer moet voort zonder Nettie Verschuren.
O Prince, verhoor nu mijn
gebed,
inspireer mij tot een bevlogen
portret
van een type apart, onze
Antoinette.
In haar werk voor de Kamer waarlijk
serieus,
buiten de deur onbedaarlijk, een feestneus;
Zij grijpt waar het kan haar
kansen,
ziet er geen been in om een
partijtje te dansen.
Daarenboven heeft ze zoals
bekend
als schilderes een aanzienlijk
talent.
Bij de beoefening van dit vak
overtrof zij Jan Steen met
gemak.
En zij zorgde het meest van
ons allen
voor bezoekers die keken of
het hier zou bevallen.
Al gaf haar conditie Nettie soms
weinig kans,
als het even kon gaf ze acte
de presence.
We waren met haar de koning te
rijk,
hetgeen uit deze ode vanavond
ook blijkt.
Maar het zet nog meer zoden
aan de dijk
als je verder dan fanfare wil
reiken
door ook tegen de haren in te
strijken,
en zo de ode een beetje bij te
sturen.
Dat is in dit geval lastig te
doen,
er kleeft helemaal niets aan
Netties blazoen.
Het is me er een, misschien
heeft ze haar kuren,
maar het had van ons allen nog lang mogen duren,
het liefste hielden we haar nog lange tijd hier.
Wat had de Kamer toch plezier
met Nettie Verschuren,
(allen) wat had de Kamer toch plezier
met Nettie Verschuren.
Factor
Herman