REDERIJK









Rederijkers houden zich bezig met taal en traditie; niet toevallig uit dat zich vaak in gedichten. Dat geldt ook voor de rederijkers te Breda. Voor andersoortige voortbrengsels van de kamerleden kunt u rechtsboven, onder Pagina`s, klikken op En verder..

woensdag 26 februari 2020

Maandzang februari


De stad werd ooit beschermd door zware muren,
al heeft de wal niet steeds het schip gekeerd
en kreeg het stadsvolk vaak wat te verduren.
Zo gaat het steeds: ‘t gezag handelt verkeerd,
maar ‘t is het volk dat zoiets moet bezuren.
Het is nu meer iets voor de VVV:
een oude poort, een singel met verkeer,
dat groeide, met de stadsuitbreiding mee.

Ik denk dat ik me nu naar het centrum keer,
waar ik te voet de Havermarkt passeer.
Loop met me mee. De toren domineert
boven de steigers uit. De gevels dromen
misschien nog van passanten van weleer.
Voorbij de markt is er wat meer verkeer,
er wachten tafels tot bezoekers komen.
Wij lopen door. In ’t park ruisen de bomen.
De poort van het Begijnhof staat nog open.
Terwijl we langs de schemerhuisjes lopen,
komt om de hoek de oude zaal in zicht
waarin de rederijkers samenkomen
in ’t kader van traditie en gedicht,
al mag het voor de buitenstaander lijken
dat wij het liefst de hand naar ’t glaasje reiken.
En ook al gaat het buiten vreselijk te keer,
hierbinnen zijn wij zinnig in de weer
met wat er cultureel zoal komt kijken.
De muren van het hof zijn eeuwenoud;
al trekt de wind de pannen van de daken,
wij hoeven niet van ’t à propos te raken,
’t Begijnhof weet al eeuwen van geen wijken.
en Clio lijkt hier over ons te waken.
Straks komt Helena ook nog uit de kast.

Dat alles doet vanavond zeer ter zake,
want deze avond transformeert een gast,
die zich al snel onmisbaar wist te maken,
tot lid van onze rederijkerskring,
van onze Kamer Adriaen van Bergen.
Het liefst zou ik luidkeels een ode brengen,
’t Is dat ik niet zo vreselijk zuiver zing
en uw gehoor niet al te erg wil tergen,
maar anders zou ik graag een lied aanheffen,
ter meerder glorie der inauguratie.
Ook zonder zal ons nieuwe lid beseffen
wat deze maandzang eigenlijk wil zeggen:
wees welkom, Marius, bij ons! En laat-ie
nu snel beginnen met de installatie.


factor Herman 17-3-20



















.

donderdag 23 januari 2020

Maandzang januari


Een maandzang is, lijkt mij, een fenomeen
dat wonderbaarlijk is, als je bedenkt
dat het geen enkel nut heeft dan alleen
de kans die het de Kamer maandelijks schenkt
zich te verpozen met een ritueel
dat zich vermomt als was het een traditie
al bij de rederijkers ooit gezien.
Nou, in dat opzicht is het nog niet veel,
in tegenstelling tot wat werd beweerd,
want het bestaat nog maar een jaar of tien,
qua leeftijd dus nog maar een ietsepietsie.
De maandzang werd door Bauke gelanceerd;
herhaald gebruik gaf zo’n gedicht cachet
en daarom werd het steeds geagendeerd.

Dit relativeert, maar laat toch onverlet
dat dit gebruik misschien wel iets meer biedt
dan in het wilde weg wat declameren.
Mijn hoop is dat de Kamer dit ook ziet.
En als de factor voor zichzelf wat mag beweren:
dat hij een maandzang dient te construeren,
betekent dat hij met de pen steeds bij mag leren
in plaats van flauwekul te fabuleren.
Zo leert de factor nieuw terrein te kennen
door elke maand opnieuw te pennen.
Maar nooit mag hij het echte doel miskennen,
want schrijven moet hij immer in de geest
die de gezellen van de Kamer drijft.
Geen maandzang is het die de factor leest,
als die zich niet tot de gezellen wendt,
als niet iets Kamer-lijks erin beklijft
en rond de tafel in de harten blijft.

De rederijkerskamer blijft bestaan
zolang ieder van ons de droom erkent
die ons steeds naar de oude zaal doet gaan.


factor Herman

"Wie schrijft, schrijv’ in den geest van deze zee." (Marsman)



vrijdag 22 november 2019

Maandzang november


De schemer zakt over het stille hof,
in kamers gaan de lampen langzaam aan.
Achter de muren dreunt de stad nog dof,
terwijl wij fietsend langs de hegjes gaan,
die van reeds lang verloren dagen dromen;
dan langs de kerk aankomend bij de zaal
waar wij vandaag weer samen zijn gekomen
om met ons oud, gezamenlijk verhaal
verder te gaan, nog lang niet uitverteld.

Wij voelen de historie om ons leven,
niet die van jaartal, heer en held,
maar de geschiedenis van hen die streven
naar samenhang door middel van het woord.
Verhalen groeien tot een groots verband
en worden door wie wil nu nog gehoord.
Vanuit de eerste Kamers in ons land
wist men het woord al spelend vorm te geven,
het woord werd beeld vol pracht en praal.
Wij echter houden het op onze zaal,
meer ingetogen is bij ons de taal,
ons groepje is meer van het binnenleven.
Moderniteit maakt dit paradoxaal:
communicatie is nu mondiaal.
Wij blijven echter onze aandacht geven
aan wat om concentratie vraagt,
en soms door jacht, versnippering wordt belaagd,
door anderen wordt gezien als veel te traag,
maar essentieel blijft voor ‘t bestaan vandaag:
het woord dat cirkelt om de kern der zaak,
dat samenbrengt in ernst en in vermaak.
Plezier is hoofdzaak en ons spel is taal.
‘t Verleden wordt bij ons zomaar het heden.
Vandaag bevinden wij ons allemaal
in oude straten die wij nu betreden
om deel te worden van een team van toen:
het spel dat wij vandaag gaan doen.